Uw gebed is een bewijs van geloof

Uw gebed is een bewijs van geloof

29ste zondag door het jaar – C 2016

Van tijd tot tijd overkomt het je, dat je het gevoel hebt, dat je van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Je staat geduldig te wachten in de rij voor een loket en als je dan eindelijk aan de beurt bent, wordt je gezegd: “Sorry, u bent verkeerd. Hier kan ik u niet helpen. U moet naar een afdeling boven in het gebouw.” Je gaat dan op weg naar het andere loket, waar je weer teruggestuurd wordt naar het loket waar je vandaan komt. Dan wordt het moeilijk om vriendelijk te blijven. Je voelt je niet serieus genomen. Je protesteert. Misschien, dat de parabel van de weduwe en de rechter ons juist daarom aanspreekt, omdat er eveneens iets dergelijks achter zit. Een weduwe voelt zich door een rechter niet serieus genomen, want het is ook maar een weduwe.

Een weduwe is in een hopeloos gevecht gewikkeld met het gerechtelijke apparaat. Voor de joden is een weduwe het symbool van rechteloosheid. Er zijn geen sociale voorzieningen en een weduwe moet daarom maar zien, hoe zij rond komt in haar gezin. Alleen hard werken is haar lot. Bovendien heeft zo’n vrouw geen enkele status, want vrouwen ontlenen de status in de joodse wereld aan hun man. In het openbaar mag een vrouw ook geen stem laten horen. Niet zonder reden kiest Jezus partij van deze groep rechtelozen. Om te overleven, moesten weduwen zich vaak als een terriër verdedigen. Doorbijten en niet opgeven. Zo ook de weduwe in het evangelie, ook al staat zij tegenover een rechter. Die rechter staat hoog op de maatschappelijke ladder. Zij hebben een machtspositie. Hij spreekt recht en de mensen zijn van hem afhankelijk. Daarvan zijn ze zich bewust. Een weduwe heeft een rechter ook niets te bieden, want die zijn arm.

Maar wat deze weduwe aan invloed tekort komt, dat vult zij aan met vasthoudendheid. Dag na dag, in eindeloze bezoeken, blijft ze koppig volhouden. Ze loopt de deur bij de rechter plat. Voor de rechter moet ze een vervelende wesp zijn, die om zijn hoofd blijft zoemen. Hij wil af van dat lastige mens. Hij wil niet langer door zo iemand lastig gevallen worden. Maar op haar argumenten gaat de rechter niet in. “Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken”, zo denkt hij. Het is dus niet vanwege de rechtvaardigheid of de gerechtigheid, dat de rechter aandacht heeft voor deze vrouw.

Stellen wij ons eens de vraag: “Is onze aandacht voor het zuidelijk halfrond bij ons oprecht vanuit onze behoefte om gerechtigheid te realiseren, of om niet langer geplaagd te worden door de klagende stemmen vanuit de hongergebieden uit Afrika, van de straatkinderen in India, van de indianen in Zuid-Amerika en van de vluchtelingen uit het Midden-Oosten.” Wij herkennen onszelf in de onrechtvaardige rechter, bij wie zoveel menselijk opzicht, zoveel eigenbelang in zijn oordeel meespeelt. Wij staan tegenover zovele mensen in een belangenstrijd. Wij laten zoveel onrecht voortbestaan, want dat onrecht dient onze belangen.

De parabel is een woord van Jezus. Het is een oproep tot gebed, waarbij wij ook wel eens het gevoel hebben, dat er niet naar ons geluisterd wordt. Maar als een rechter die zich bekommerde om God noch gebod, wel de weduwe recht verschaft, hoeveel te meer dan de hemelse Vader die de rechtvaardigheid zelve is. Hij is het die tot ons spreekt door de woorden van Jezus om ons hart te veranderen en ons tot nieuwe mensen te maken.

Zo eindigt tenslotte het evangelie van deze zondag met de vraag: “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” Dat geloof, waar Jezus in onze harten mag leven en dat ons tot nieuwe mensen wil maken: mensen van liefde, van vertrouwen en van geloof?

Oktobermaand – Mariamaand. Nog een paar woorden over 13 oktober, verschijningsdag van Onze Lieve Vrouw van Fatima.

Afgelopen donderdag 13 oktober is het 99 jaar geleden dat het zonnewonder plaats vond tijdens de Maria-verschijningen in Fatima, Portugal. Maria vraagt ons al bijna 100 jaar om ons leven te veranderen en om mensen van gebed te worden, om te gaan leven zoals God het wil. Met liefde tot God en met liefde voor de medemens. Onze Lieve Vrouw van Fatima vraagt ons om elke dag de rozenkrans te bidden, niet alleen in de meimaand of nu in de oktobermaand.

“Uw gebed is een bewijs van geloof.

Uw hoop is een bewijs van liefde.

Uw naastenliefde is de liefde in werking in uw ziel”

(Boodschap van Jezus tot Marguerite op 2 januari 1975 – Website Legioen Kleine Zielen).

Vgl. bron:http://www.parochiestmartinusvlodrop.nl/pdf/preken/2010/preek32.pdf

Advertenties