Maria Middelares en Mede-Verlosseres

MARIA MIDDELARES

NPVS-A-Standard

Bewerking door pastoor Geudens voor de website Legioen Kleine Zielen: www.hetlegioenkleinezielen.wordpress.com

MEDE-VERLOSSERES

Een kind met een goed karakter houdt van zijn moeder. Een echte christen moet dus wel houden van de H. Maagd, over wie Jezus in de ‘Boodschap’ zegt dat Ze: “Zijn moeder is en de onze.” 3.12.66

In de catechismus leerden we dat Maria de Moeder van God is en dat bijgevolg aan haar goddelijk Moederschap haar andere voorrechten ontspringen: haar Onbevlekte Ontvangenis, haar Opneming ten Hemel. Drie geloofswaarheden, die men niet kan ontkennen, zonder in ketterij te vervallen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’ legt speciale nadruk op een titel, die wij graag aan Maria toekennen, en die nog niet vastgelegd werd in een dogma: Maria Medeverlosseres. Doordat Maria actief heeft meegewerkt aan onze verlossing als Medeverlosseres, onze Moeder is geworden, en daardoor Middelares van alle genaden. Zij oefent haar Moederschap uit en komt voor ons op.

Het is dus interessant te bekijken wat de Boodschap ons leert over die moederlijke tussenkomst en wat de Heilige Maagd speciaal van ons, Kleine Zielen, verwacht.

1. Maria is Middelares 

1.1. Middelares naast de Middelaar (Leo XIII)
In de Boodschap leert Jezus ons dat Maria, die Zijn Moeder is en de onze, zo een ‘verbindingsteken’ is tussen Hem en ons, de verbinding tussen de hemel en de aarde; het kanaal waarlangs Zijn genaden stromen.
”Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.” 3.12.66 
“Mijn Heilige Moeder staat tussen Mij en de mensen. Bemin haar en bid tot haar met hart en ziel, want ze is uw Moeder en ze bemint u met een voorliefde. Gedenk steeds, dat zij Mij in uw armen heeft gelegd en dat zij u aan Mij heeft geschonken.” 29.5.66 
”De band tussen hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67 
”Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. Kanaal waarlangs mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.” 3.12.66 

2. Maria bemiddelt voor ons 

Hierdoor wendt Zij Gods woede van ons af.
”Gelukkig dat mijn Moeder onophoudelijk bidt en bemiddelt voor haar ongelukkige kinderen.” 8.6.66
”Bidt, bidt toch tot mijn Heilige Moeder. Zij alleen heeft de macht om mijn gramschap af te wenden.” 21.9.66
”Vergeefs heb Ik schatten van liefde en barmhartigheid uitgeput om hen tot Mij terug te voeren; mijn gerechtigheid baant zich een weg naar hen doorheen de hindernissen die de mededogende en tedere Maagd haar in de weg legt. Waartoe anders heb Ik u aan haar gegeven, kinderen, dan opdat Zij mijn gerechtigheid zou matigen en mijn arm tegenhouden?” 16.8.72 

Door haar almachtige tussenkomst, verkrijgt Zij voor ons allerlei soorten genaden, vooral voor hen die Haar trouw aanroepen.
“Wenst gij die? Vraag ze. In de handen van mijn goddelijke Moeder zijn er zoveel schatten voor u. Versmaadt ze niet. Komt door haar tot Mij. Ik zal u zo erkentelijk aan mijn Hart ontvangen.” 1.3.67 

Al deze genaden hebben uiteindelijk geen ander doel dan ons naar de Hemel te voeren. Zoals Marguerite het zegt:
“Zij is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9.66 

3. Zij zal Satan overwinnen 

“Mijn Moeder moet Satan overwinnen. En heeft ze haar kinderen niet gezegd altijd te bidden en boete te doen?” 24.8.66 
“Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de hemel en op aarde. Miskent haar mocht niet, want ze is onmetelijk. Door haar zal de boze geest overwonnen worden.” 3.12.6
“Zij is schrikwekkend voor de vijand.” 3.12.66 

4. Plicht van de Kleine Zielen tegenover Maria 

4.1. Maria vereren
“Vereer mijn Moeder, haar die u met haar liefde vereert.” 11.5.67 

Doen wij dat niet wanneer wij drie maal per dag het Angelus bidden? We zouden blij moeten zijn omdat wij haar zo met de Engel kunnen begroeten en telkens wanneer we een afbeelding van haar zien.

4.2. Mariaverering verspreiden
De Maagd tot Marguerite:
“Wat doet het ertoe, welke middelen men aanwendt om mijn verering te verspreiden en het rijk van mijn goddelijke Zoon uit te breiden.” 6.9.66 

Deze middelen moeten overeenstemmen met de liturgische en canonieke bepalingen van de Kerk, maar kunnen van land tot land verschillen, van de ene geestelijke familie tot de andere. Van al deze middelen prijst de Kerk vooral het Rozenhoedje aan.
Ik vraag de geestelijkheid elke dag een halfuur voor het bidden van het gemeenschappelijk rozenhoedje. De verheven genaden die ze verwerven zullen vergoeden wat sommigen tijdverlies noemen. Denken zij, dat het geen zin heeft mijn lieve Moeder op deze wijze genegenheid te betuigen?” 28.9.66 

4.3. Vurige devotie
De Heer vraagt van allen een echte devotie tot Maria. Maar de Kleine Zielen moeten bijzonder vurig zijn.
”Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgesteld plan tot mislukking gedoemd is. Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommige van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, dat wie Maria liefheeft ook Mij liefheeft.” 10.10.67 
”Wat wilt gij van uw Kleine Zielen?” vraagt Marguerite aan de Heer.
“Laat hen vol vurige ijver zijn jegens mijn Heilige Moeder en haar in ieder opzicht eer betuigen. Zij is de bron van de Kleine Zielen. In haar straalt de goddelijke liefde.” 22.5.67 

De devotie voor Maria kan geen ‘rozenwaterdevotie’ zijn:
“Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg. Dezelfde uitnodiging die mijn Moeder herhaalt bij haar bezoeken: ‘Bidt, bidt, doet boete’.” 12.2.67 

Jezus zegent de mensen die zijn Moeder beminnen, maar Hij uit dreigementen aan het adres van hen die haar beledigen.
“Ik vergeef veel fouten, maar zij die mijn Heilige Moeder beledigen zijn reeds veroordeeld.” 33.5.07 

De gelukkige resultaten van de devotie tot Maria kunnen worden samengevat in de steeds intiemere vereniging van de ziel met God. Jezus legt bijzondere nadruk op deze vereniging.
“De wereld moet het bewijs krijgen, dat de ziel in de moeilijkste situaties volkomen één kan en moet zijn met haar Schepper.” 11.5.67 
“Terwijl zij in beslag genomen zijn door hun drukke bezigheden, sta Ik altijd gereed en wacht erop, dat ze zich Mij herinneren.” 10.5.67 

 

MARIA, VERBINDING TUSSEN HEMEL EN AARDE 

De spiritualiteit van het Legioen Kleine Zielen met als belangrijkste principes nederigheid en eenvoud streeft niets anders na dan voortdurend in contact te blijven met de Heer.
“Blijf voortdurend in contact met God door vaak in vurige verzuchtingen de gedachten tot Hem te verheffen.” 5.12.67 

Deze intieme vereniging kan slechts het werk zijn van de liefde. Laten wij de Maagd Maria als voorbeeld en als gids nemen. Marguerite noemt haar de ‘liefdelerares’ (29.9.66). Ze heeft gelijk. Ook voor de Kleine Zielen zal het een ware vreugde zijn tot haar beste leerlingen te horen. Zij zal hen naar de heiligheid leiden.

En dat is de reden, waarom Onze-Lieve-Heer verlangt dat wij ons inschrijven in deze wonderbaarlijke school en dat wij de lessen volgen van zijn Moeder, die aan ieder van ons zijn aangepast. Zo kunnen wij, zelfs in het meest onopvallende leven, het goddelijk ideaal verwezenlijken dat door Jezus in het Evangelie wordt voorgesteld: “Weest volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is” en waartoe het doopsel ons allen roept. Hij heeft het Legioen Kleine Zielen enkel en alleen uitgevonden om ons met meer zekerheid en zachtmoedigheid te leiden.
“Ik verlang een leger van Kleine Zielen, die zich innig verenigd tussen mijn gerechtigheid en de zondaars zullen opstellen onder de hoede van mijn Koningin-Moeder.” 20.7.64 

Laat ons bidden en handelen opdat dit leger groter zou worden en op zoek zou gaan naar zielen tot meerdere glorie van Jezus en Maria.

 

DE PLAATS DIE DE HEILIGE MAAGD KRIJGT IN DE BOODSCHAP VAN DE BARMHARTIGE LIEFDE 

De Allerheiligste Maagd is het meest volmaakte en het schoonste van al Gods schepsels, na de menselijke gedaante van Onze Heer Jezus Christus. Zij is voorbestemd om zijn Moeder te worden en daarom ‘vol van genade’, rijk aan alle goddelijke gunsten en oogverblindend van heiligheid.

Zij is de veelgeliefde Dochter van de Vader, Zij heeft zonder tussenkomst van een man, Hem, die de Vader uit een maagdelijke schoot tot leven wekte in alle eeuwigheid, ontvangen en op de wereld gezet. En zoals de byzantijnse ritus het zo goed uitdrukt: “O Onbevlekte, zonder vader zult Gij Hem als mens voortbrengen, Die voor alle eeuwen door de Vader werd verwekt zonder Moeder.”
“Ik ben mens geworden in de maagdelijke schoot van mijn Heilige Moeder.” 12.10.66

‘Moeder van het Mensgeworden Woord’. Op deze grond heeft Maria de schijnbaar paradoxale titel van Moeder Gods verdiend. Deze titel werd haar in 431 door het Concilie van Efeze verleend.

‘Bruid van de Heilige Geest’. Door haar zeer heilige deugd heeft de zeer zuivere Maagd de Zoon van God ontvangen, zonder de minste schending van haar maagdelijkheid.

Zo zien we welke onvoorstelbare relaties de Allerheiligste Maagd heeft aangeknoopt met de Drie goddelijke Personen, voor wie Zij, meer dan eender wie, de zuiverste en schoonste Tempel is geweest. Er is geen enkele heilige ziel in wie de Drievuldigheid in dezelfde mate behagen schiep en evenveel genoegen vond als in de Heilige Maagd.

Onze-Lieve-Heer heeft Haar nauw betrokken bij het werk van onze verlossing. Hij heeft Haar ook op uitzonderlijke wijze laten deelnemen aan zijn Lijden. Het Hart van Maria werd doorboord door het zwaard, zoals Simeon voorspeld had. Dit zwaard moest haar tot de Koningin van de martelaren maken en was de prijs die Zij moest betalen voor haar rol van Medeverlosseres.

Christus had ons kunnen vrijkopen zonder de hulp van zijn Moeder, maar Hij heeft zich heel nauw met haar willen verenigen. Hij, de Schepper en Zij, het schepsel, om ons te doen begrijpen dat wij ook kunnen en moeten meewerken aan de Verlossing, ieder op zijn bescheiden plekje.

1. Haar rol als Middelares 

Door haar absoluut unieke medewerking aan het grootse verlossingswerk, heeft de zeer Heilige Maagd het verdiend om onze Middelares te zijn: deze titel werd haar toegekend door het Tweede Vaticaans Concilie. Hij werd nog niet als dogma afgekondigd, maar we mogen hopen dat dit in de toekomst nog zal gebeuren.

Dit betekent dat de Maagd Maria, die aan de zijde van haar Zoon voor ons de genade van het heil heeft verdiend, van Hem het voorrecht heeft verkregen om diezelfde genaden aan ons uit te delen en om als bemiddelaar op te treden tussen Hem en ons.

“Hij (de Heer) heeft gewild dat alles tot ons zou komen door Maria”, zei de H. Bernardus al. En de H. Louis-Marie de Montfort begint zijn ‘Verhandeling over de ware devotie’ met de volgende zin: “Het is door de Heilige Maagd Maria dat Jezus Christus op de wereld is gekomen en het is ook door Haar dat Hij in de wereld regeert.”

De Boodschap van de Barmhartige Liefde drukt zich hierover uit in zeer duidelijke bewoordingen:
“Ja. Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. 
Kanaal waarlangs mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit. 
Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de Hemel en op aarde. 
Miskent haar macht niet, want zij is onmetelijk. 
Door haar zal de boze geest overwonnen worden. Bedenkt dan ook hoe belangrijk het gebed tot Maria is. De daden van de mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn Hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. 
Als ge beter het Hart van uw lieve Moeder kende, zoudt ge mijn liefdegave meer op prijs stellen. Bemint Haar, schenkt haar u zelf.  Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. Kunt ge u voorstellen, dat Ik u zou verstoten wanneer zij Mij hulp en bijstand voor u vraagt? Wat is het bedroevend voor Mij wanneer Ik mijn onbevlekte Moeder zo verwaarloosd zie tot in de kerken toe. Geeft haar weer de verering die haar van rechtswege toekomt. Zij is mijn Moeder en de uwe. Verbindingsteken tussen ons. Ik zal genadig zijn voor degenen die haar oprecht liefhebben, haar die onophoudelijk bidt voor allen. Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.
Zij is schrikwekkend voor de vijand.
Vertrouwt u aan Maria toe.
Zij zal Mij uw noden, uw zorgen en uw vreugden brengen. 
Vertrouwt op haar.
Bemint haar met dezelfde liefde waarmee ge Mij bemint. Ik zal er niet jaloers om zijn”. 3.12.66 

We kunnen deze bladzijde, die aan de oppervlakkige en haastige lezer zal ontsnappen, niet genoeg overwegen.

Maria is Middelares en onze Moeder.
“Voor Mij zijt ge gelijken met dezelfde hoedanigheid, kinderen van éénzelfde Vader en éénzelfde Moeder.” 17.7.68 

Haar bemiddeling is helemaal die van een moeder. En zij oefent haar rol als Moeder juist uit door haar rol van Middelares.

2. Hoe de H. Maagd deze rol vervult.

De Boodschap van de Barmhartige Liefde is rijk aan getuigenissen over de bemiddeling van de H. Maagd. Hier volgen enkele teksten die laten zien hoe Maria deze rol vervult, door de Voorzienigheid beschikt. Eerst zegt Jezus ons in de Boodschap:
“Mijn Moeder moet Satan overwinnen.” 24.8.66

Dit stemt trouwens volmaakt overeen met wat ons in de H. Schrift werd geopenbaard. De ‘Moeder van de Kerk’ kan het werk van haar Zoon niet opgeven en teniet laten gaan.

2.1. Eerst heeft Zij de taak ons naar haar Zoon te brengen door ons van Hem te doen houden. “Bemin mijn goddelijke Zoon,” zegt de Heilige Maagd tot Marguerite. “Dien Hem met hart en ziel.” 31.5.66 
De Boodschapster van haar kant noemt haar “Líefdelerares”. 29.6.66 

Zij is het dus die ons zal leren Jezus te beminnen en die hiertoe voor ons de genade zal verkrijgen:
“Zij is het kanaal van mijn gaven. Allen zullen haar moeten erkennen als Moeder en Raadgeefster. Door haar toedoen ontvang Ik hun gebeden en zal Ik hen verhoren met het oog op hun hoogste goed.” 22.5.67 

2.2. Zij vervult deze rol van Middelares vooral door voor ons te bidden en te bemiddelen:
“Hoelang nog laat ge uw God wachten? Gelukkig dat mijn Moeder onophoudelijk bidt en bemiddelt voor haar ongelukkige kinderen.” 8.6.66 

Zij bidt door haar tranen, zoals Zij aan Marguerite toevertrouwt:
“Ik weende om de gruwelen van de huidige wereld. Ik weende om de ondankbaarheid van mijn kinderen.” A1-1965 

In dit verband denken we aan de tranen van de Maagd in Syracuse en ongetwijfeld ook op andere plaatsen. Zij strekt haar armen uit naar de zondaars om hen te ontvangen van zodra ze berouw krijgen.
“Mijn Moeder strekt vergeefs de armen uit naar de ongelukkige slaven van de zonde.” 14.7.70 
“Vergeefs heb Ik schatten van liefde en barmhartigheid uitgeput om hen tot Mij terug te voeren; mijn gerechtigheid baant zich een weg doorheen de hindernissen die de mededogende en tedere Maagd haar in de weg legt. Waartoe anders heb Ik u aan haar gegeven, kinderen, dan opdat Zij mijn gerechtigheid zou matigen en mijn arm tegenhouden?” 16.8.72 
“De band tussen Hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67 

Zoals Marguerite zelf toegeeft:
“De Heilige Maagd is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9.66 

Jezus vraagt van zijn boodschapster een houding vol kinderlijke liefde tegenover haar Moeder:
“Wees vol kinderlijke liefde jegens uw Hemelse Moeder. Zij weze voor u en de andere Kleine Zielen het lichtbaken dat verlicht en naar het hemels geluk leidt.” 9.2.67 

2.3. Meer nog, de Heer stuurt Haar naar ons op aarde om ons aan onze plichten te herinneren, ons geloof nieuw leven in te blazen en de zondaars te helpen om zich te bekeren:
“Altijd weer heb Ik de mensen over mijn liefde gesproken. Kon Ik hun een lieflijker gezante sturen dan mijn Allerheiligste Moeder?” 31.7.66 

Dit is reeds op schitterende wijze gebeurd in het verleden. Denken we alleen al aan de verschijningen van de H. Maagd in de ‘Rue du Bac’, La Salette, Lourdes, Beauraing, Fatima en Banneux. Op deze wijze oefent de Allerheiligste Maagd haar functie en rol van Middelares uit volgens de Boodschap van de Barmhartige Liefde. We zouden deze teksten uit de Boodschap kunnen aanvullen met de titels die de Kerk haar verleent in de litanie van Loreto: Hulp van de christenen, Heil van de zieken, Troosteres van de bedrukten, Toevlucht van de zondaars, enzovoort.

3. Praktische gevolgen voor ons geestelijk leven 

Jezus vraagt ons om ons tegenover Haar als echte kinderen te gedragen en om zo bij te dragen tot de glorie van de H. Maagd.
“Wees vol kinderlijke liefde jegens uw Heilige Moeder. Draag het uwe bij tot haar glorie, volgens uw mogelijkheden.” 9.2.67 

Hiervoor hebben we drie belangrijke middelen: haar beminnen, tot haar bidden en haar verering verspreiden.

3.1. Haar beminnen
Aan het kruis heeft Jezus haar aan ons gegeven als onze Moeder. En een Moeder moeten we wel beminnen.
“Kind, ziedaar uw Moeder. Bemin haar. Ik ga sterven… Zij lijdt. Kijk haar aan. Druk u tegen haar aan. Verwarm haar verkleumd Hart, dat met het vroeger voorspelde zwaard doorboord is. Moeder!…” 24.3.67
“Werp u in de armen van mijn Heilige en Glorierijke Moeder. Daar zult ge Mij vinden.” 12.12.65
“Maria is de zachte Duif van de Heilige Geest. Streef ernaar, haar steeds meer te beminnen.“ 23.5. 67
“Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommigen van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, dat wie María liefheeft, ook Mij liefheeft.” 
“Ben Ik niet gekneed en gevoed door dit maagdelijk vlees? Kinderen, begon mijn Hart niet te klappen voor u in een echo op het kloppen van haar Hart? Haar “Fiat” heeft de verlossing mogelijk gemaakt. Zij is de eerste die Mij heeft bemind. Niets kan Mij aangenamer zijn dan dat uw hart haar moederlijk Hart vereert. Dit Hart heeft het leven geschonken aan mijn mensheid.” 10.10.67 

Als wij Maria beminnen, zullen wij onze plichten tegenover Haar nooit vergeten.
“Misprijst niet wat van Mij komt en wat Ik u in mijn barmhartigheid zend om u te herinneren aan uw essentiële plichten tegenover Mij en mijn Heilige Moeder.” 24.8.66 

Eén van deze plichten is Haar vereren. Trouwens, iedereen die van Maria houdt, zal dit niet verzuimen.
“Vereer mijn Moeder, haar die u met haar liefde vereert.” 11.5.67 

Anderzijds bedreigt Jezus niet alleen de mensen die weigeren haar te beminnen, maar die zelfs zo ver gaan dat ze haar beledigen:
“Ik vergeef veel fouten, maar zij die mijn Heilige Moeder beledigen zijn reeds veroordeeld.” 23.5.67 

3.2. Tot haar bidden
“Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg. Dezelfde uitnodiging die mijn Moeder herhaalt bij haar bezoeken: “Bidt, bidt, doet boete.” 12.2.67 

Het vurig en vertrouwvol gebed trekt stromen van genade voor ons aan:
“In de handen van mijn goddelijke Moeder zijn er zoveel schatten voor u. Versmaadt ze met. Komt door haar tot Mij.” 1.3.67 

Het gebed dat haar het meest aangenaam is en dat tegelijkertijd de Heer het meest verheerlijkt, is het rozenhoedje.
“Dat de rozenkrans dagelijks gebeden wordt, is in de huidige tijd noodzakelijk.” 24.8.66
“Ik vraag de geestelijkheid elke dag een halfuur voor het bidden van het gemeenschappelijk rozenhoedje.” 28.9.66 
De Kleine Zielen “zullen zich ertoe verbinden dagelijks met hart en ziel het rozenhoedje te bidden voor de wereldvrede en de vrede van elke ziel in het bijzonder.” 22.5.67 

3.3. Onze-Lieve-Heer legt in de Boodschap erg de nadruk op het gebed tot Maria en Hij noemt het bidden en de verspreiding van het rozenhoedje één van de belangrijkste streefdoelen van het Legioen Kleine Zielen. Jezus verklaart ons plechtig dat de devotie tot de Heilige Maagd niet alleen moet worden onderhouden, maar nog intenser moet worden:
“Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgestelde plan tot mislukken gedoemd is.” 10.10.67 
“De devotie voor Maria moet versterkt worden, Zij alleen is in staat om mijn toorn te bedwingen.” 23.5.67 

De Boodschap kent de devotie tot Maria dus geen onbelangrijke plaats toe, integendeel, zij staat erop dat we haar tot het belangrijkste onderdeel van ons geestelijk leven zouden maken. Het Legioen Kleine Zielen hecht er bijgevolg zeker zoveel belang aan, als aan eender welke andere mariale beweging. Met dit verschil, dat zij zich ondergeschikt maakt aan de devotie tot de Liefde van het Barmhartige Hart van Jezus. Daarom moeten wij steeds ervoor zorgen… de twee Harten te verenigen:
“Op uw embleem, lieve kinderen, de Allerheiligste Harten van Jezus en Maria.” 14.8.66 

Hier is een rol weggelegd voor de Kleine Zielen:
“Laat hen vol vurige ijver zijn jegens mijn Heilige Moeder en haar in ieder opzicht eer betuigen. Zij is de bron van de Kleine Zielen. In haar straalt de goddelijke Liefde.” 22.5.67 
“Geloof dat de Kleine Zielen, geleid door mijn zoete Moeder, het vermogen (hebben) de gang van zaken te veranderen.” 21.11.66 
“Ik verlang een leger Kleine Zielen, die zich innig verenigd tussen mijn gerechtigheid en de zondaars zullen opstellen onder de hoede van mijn Koningin-Moeder.” 20.7.67 

We besluiten met het gebed van Marguerite tot Maria:
“O Onbevlekte Moeder, red door uw machtige tussenkomst het erfdeel van uw Welbeminde Zoon. Arme zondaars, die niet willen gered worden! Maar als Gij het wilt in hun plaats, zal Gods gerechtigheid overwonnen worden. Want wie kan uw machtige invloed op zijn Heilig Hart ontkennen? Moeder van de Schone Liefde, red ons. Uw moederhart trilt van smart bij het aanschouwen van zoveel eerloosheid. Mocht het in zich de woorden vinden, die de zeer heilige en voortdurend werkzame Gerechtigheid verzoenen. En de oneindige Barmhartigheid zal de wanden van deze helse tijd met zoveel liefde verzorgen, dat ze de zielen zal vernieuwen door hen tot liefde te wekken, een leven van rechtvaardigheid en naastenliefde… Smartvol en Onbevlekt Hart van Maria, red ons… O Maria! Kom!” 22.9.68 

 

MARIA IN DE BOODSCHAP

“Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgestelde plan tot mislukken gedoemd is. Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommigen van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, want wie Maria liefheeft ook Mij liefheeft. Ben Ik niet gekneed en gevoed door dit maagdelijk vlees? Haar ‘fiat’ heeft de verlossing mogelijk gemaakt. Zij is de eerste die Mij heeft bemind. Niets kan Mij aangenamer zijn dan dat uw hart haar moederlijk hart vereert. Dit Hart heeft het leven geschonken aan mijn mensheid.” 10.10.67


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 71-80.

Advertenties