Op weg met Maria, O.L. Vrouw van Lourdes


lourdes-thuis.jpgOp weg met Maria

Vier jaar na de afkondiging van het dogma van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis verscheen de Heilige Maagd aan een meisje van veertien jaar, Bernadette Soubirous, in een grot in Lourdes. Deze verschijningen herhaalden zich zeventien dagen lang. Het meisje vroeg aan ‘de Dame’, hoe haar naam was. Daarop openbaarde Onze Lieve Vrouw zich als ‘de Onbevlekte Ontvangenis’. Bernadette begreep helemaal niet wat dat betekende, maar holde wel hard naar de pastoor van haar parochie om dit te vertellen. Zij had een moeilijke tijd achter de rug, maar haar pastoor zag nu wel in dat hier sprake was van echte Mariaverschijningen. Het eenvoudige meisje kon dat woord niet verzonnen hebben, ze kende immers die term niet eens. Het was duidelijk dat de hemel, langs de weg van de één van de geringen dezer wereld, het dogma van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis had willen bevestigen.

Al gauw kwam een stroom van pelgrims naar Lourdes op gang. Miljoenen komen hier jaarlijks om Maria’s voorspraak, haar troost en steun, te vragen. Inmiddels zijn er hier in Lourdes vele wonderen geschied, zowel naar lichaam alsook – en dat nog veel meer – naar ziel. Ontelbaar is het aantal lichamelijke genezingen, maar nog talrijker is het getal van degenen die gezond zijn teruggekeerd, genezen van verschillende ziekten, waaraan de ziel lijden kan. Velen hebben hier het geloof teruggekregen, hun vroomheid werd er gesterkt of zij aanvaardden liefdevol de goddelijke wil, ook in kruis en lijden.

In de meimaand staat onze hemelse Moeder centraal in devotie- en gebedsleven. De oktobermaand is speciaal gewijd aan het Rozenkransgebed. Maar de meimaand is ook een beetje Rozenkransmaand. Was het niet Bernadette die de Rozenkrans ter hand nam en bad, direct al bij de eerste verschijning?

Wanneer wij de Rozenkrans bidden – en we proberen dat goed te doen – dan overwegen we de verschillende geloofsgeheimen en we overdenken het leven van Maria, haar taak in het verlossingswerk als de Moeder van Jezus. Maar dat leven heeft veel te maken met het leven van iedere christen. Maria had een groot geloof – ons tot voorbeeld. En zoals het leven van Maria vreugde, lijden en heerlijkheid inhoudt, zo is dat ook bij ons.

Door God en dank zij haar overgave aan Gods wil was het leven van Maria vreugdevol. Door God is Maria de oorzaak van onze blijdschap geworden als Moeder van Zijn eniggeboren Zoon. Maria is met haar vreugde naar haar nicht Elisabeth gegaan. Bij die ontmoeting sprak Maria haar mooiste dankgebed uit in het Magnificat: ‘Mijn hart prijst hoog de Heer’.

Overgroot was de vreugde van Maria in de nacht, waarin aan de herders de geboorte van de Heiland werd verkondigd. ‘Zie ik verkondig u een grote vreugde die voor heel het volk zal zijn’. De herders geloofden de woorden van de Engel en vonden Maria met haar goddelijk Kind. En aan iedereen vertelden zij het: ‘Het was precies zó als de Engel het gezegd had’.

Zeer groot was ook hun vreugde.

God is evenzeer de vreugde van iedere christen. Gods vriendschap schenkt vreugde aan de mensen. Hoe meer een mens zich openstelt voor God, des te meer wordt hij vervuld van vreugde. Want ook Sint-Paulus zegt ons: ‘Wij weten, broeders en zusters, dat God u liefheeft en dat gij door Hem zijt uitverkoren’.

Maar voordat een mens kan binnentreden in de vreugde van de Heer, moet hij vaak een lange weg van beproevingen afleggen. Dikwijls zal hij de Rozenkrans ter hand moeten nemen, om in die afgrond van lijden de vreugde van God te kunnen ervaren. Ook Maria heeft geleden.

Zeer zeker op die Calvarieberg, daar onder het kruis. Daar stond de Moeder van smarten, terwijl haar Zoon te sterven hing. Vraag maar eens aan ouders die een kind verloren hebben, welke smart zij meemaken. En Maria zag haar zeer beminde Zoon een zware dood sterven.

Er wordt heel wat geleden bij de mensen. Er is ook vaak veel stil verdriet. Het is aan de buitenkant niet te zien. Een slechte uitslag bij een dokter bijv. moet je ook maar verwerken. Zo wordt op de een of andere manier ieder van ons beproefd.

Vaak is het een lange strijd, voordat wij mensen onze wensen en verlangens laten uitmonden in het gebed: ‘Uw wil geschiede’. Dikwijls zullen we ervaren dat Gods wegen niet onze wegen zijn. Maar als gelovigen weten we ook dat door het lijden heen de heerlijkheid op ons wacht. Jezus heeft ons immers gezegd: ‘Ik keer terug naar de Vader om voor u een plaats te bereiden’. Jezus heeft ook Maria in Zijn heerlijkheid opgenomen, zo zal Hij ook ons laten delen in Zijn heerlijkheid. Wij allen zijn uitgenodigd om binnen te treden in de vreugde van de Heer.

Immers, al bij ons Doopsel zijn wij als kinderen Gods aangenomen. Als wij de goede strijd strijden, het geloof bewaren – ten einde toe – dan zal de Heer ook ons Zijn heerlijkheid geven.

Het leven van Maria is vol lijden, vreugde en heerlijkheid geweest en daarom neemt zij met alle begrip en hartelijkheid deel aan het leven van hen, die Jezus op Zijn weg volgen, neemt zij deel aan ons leven dat ook vol lijden en vreugde kan zijn, maar dat uiteindelijk zal leiden tot de heerlijkheid, in het Rijk van haar Goddelijke Zoon, waaraan nooit een einde komt…

Als wij de Rozenkrans bidden, gaan we samen met Maria op weg. In Lourdes hebben we daartoe volop de gelegenheid. Laten we die gelegenheid ook goed zoeken, als we straks weer thuis zijn. De Rozenkrans immers hoort bij ons dagelijks leven. In het bidden van de Rozenkrans vinden we troost en kracht om de weg van Jezus te gaan. Laten wij in alles onze toevlucht tot Maria nemen. Zij zal ons altijd aanhoren en voor ons verkrijgen wat wij vragen, of zij zal grotere en overvloediger genade verkrijgen, opdat wij uit het kwade het goede halen.

We willen allen straks gesterkt weer naar huis gaan om onze dagelijkse taken weer op ons te nemen. En moge Maria, op voorspraak van de H. Bernadette, ons grote voorbeeld zijn, onze steun en toeverlaat. Met de Rozenkrans in de hand zijn we steeds op weg met Maria.


Advertenties