O MARIA, ZONDER ZONDE ONTVANGEN

‘O  MARIA,  ZONDER  ZONDE  ONTVANGEN,

bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen’.

We mogen het jaar 2008 zeker onze bescherming stellen van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. We vieren immers een Lourdes-jubileum, het is 150 jaar geleden dat Maria er verschenen is aan het eenvoudige meisje Bernadette Soubirous. Dit geeft ons de gelegenheid om stil te staan bij de betekenis en achtergrond van deze Mariaverschijningen, bij de voornaamste lessen die Maria ons daar voorhoudt.

Donderdag 11 februari 1958 gaat Bernadette met haar zusje Toinette en een vriendin wat hout sprokkelen om warmte in het armoedige huisje (de vroegere gevangenis) te krijgen. Zo komt ze aan de oever van de Gave, tegenover de rotsen van Massabielle; daar waar er een grot is en een nis, daar verschijnt Maria. ‘Ik zag een in wit geklede dame, zij droeg een witte japon, een blauwe ceintuur en op iedere voet een gele roos (…). Ik wilde een kruisteken maken (…). De dame nam de rozenkrans die zij in haar handen hield en maakte het kruisteken. Toen heb ik voor een tweede keer geprobeerd het te doen en ik kon het (…). Ik knielde neer. Ik bad mijn rozenhoedje, terwijl ik nog steeds deze dame voor ogen had (…). Na het rozenhoedje gebeden te hebben, gaf ze mij een teken naderbij te komen, maar dat heb ik niet gedurfd; ik ben steeds op dezelfde plaats gebleven. Toen verdween zij.’

De verschijning herhaalt zich nadien vele malen. Op donderdag 25 maart (Maria Boodschap) vraagt Bernadette tot vier keer toe naar de naam van de dame. Dan zegt Maria in het dialect van Bernadette: ’Que soy era Immaculada Concepcion’ (Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis). Het meisje rent nu naar haar pastoor, onderweg vele malen die woorden herhalend, om ze toch vooral niet te vergeten, en vertelt het aan Abbé Peyramale. De stralende eenvoud en oprechtheid van Bernadette, die in de verste verte toen niet wist wat die woorden eigenlijk betekenden, overtuigen hem ten volle: hier is sprake van echte Mariaverschijningen. Vier jaar eerder had Paus Pius IX met zijn encycliek ‘Ineffablis Deus’ het geloofsgeheim van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis als dogma bekrachtigd. Ziehier de bevestiging ervan vanuit de hemel.

Dit is wel de voornaamste betekenis van de Mariaverschijningen te Lourdes. Daarnaast dringt Maria er herhaaldelijk op aan te bidden en boete te doen voor de bekering van de zondaars. Men mag wel zeggen dat de achtergrond van deze verschijningen is, wat de Kerk altijd genoemd heeft: ‘Mysterium iniquitatis’- het geheim van de ongerechtigheid, van de zonde, het allergrootste kwaad dat er bestaat. Niet de zonde van de gevallen engelen; zij waren louter geest, van een geheel andere natuur dan de mens; hun opstandigheid en ongehoorzaamheid tegenover God waren van dien aard dat geen vergeving meer mogelijk was. Maar toen de eerste mensen, Adam en Eva, zondigden (en daarmee heel het menselijk geslacht in zondigheid meetrokken) , had God medelijden in verband met de zoveel zwakkere menselijke natuur. En al aanstonds beloofde de goede God in bepaalde vorm de verlossing uit de zonde en terwijl Hij de verleidende slang vervloekte, sprak God aldus: ‘Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en haar kroost’.  In overvloed vinden we de verklaring dat dit betrekking heeft op de Maagd Maria, voorbestemd om Moeder van de Verlosser te worden. Als Maria ooit verstoken zou zijn geweest van de goddelijke genade, als zij bij haar ontvangenis wel besmet zou zijn met de erfzonde, dan was er geen sprake geweest van een eeuwigdurende vijandschap tussen Maria en de slang. De groetenis van de Engel bij de boodschap aan Maria (‘vol van genade’ – ‘gezegend onder alle vrouwen’) wijst daar ook op.

Maria dringt er in Lourdes tevens sterk op aan te bidden en boete te doen voor de bekering van de zondaars. De bekende mariaoloog René Laurentin zegt er dit van: ‘Teruggebracht tot de eenvoudigste formulering zou de boodschap van Lourdes aldus uitgelegd kunnen worden: de Maagd zonder zonde komt de zondaars te hulp; daarvoor stelt zij drie middelen voor, die ons terugvoeren naar het Evangelie: de bron van levend water, het gebed en de boete. Dit programma lijkt alledaags en is het ook. Het leert ons niets nieuws, en het wil ons niets leren wat we nog niet weten. Het is een bezielde herinnering en wil dat ook zijn´.

In ieders leven komt er zonde voor. Sint-Jan zegt zelfs: wie dat ontkent, is een leugenaar. We moeten dus allereerst uit ons eigen leven alle zonde, ook de allerkleinste, zo krachtig mogelijk weren, boete doen voor onze vroegere zonden en steeds streven naar ware deugd en voortdurende levensverbetering. In het artikel over de Pastoor van Ars in dit nummer vindt u tal van opwekkingen in die richting. Maar daarnaast schreeuwt het vele en grote kwaad in Kerk en wereld om zielen die bereid zijn boete doen en te offeren voor bekering van de talrijke zondaars. Honderd-en-vijftig jaar geleden was er ongetwijfeld veel kwaad; dat er in deze tijd immens veel kwaad is, dat weet toch iedereen. En het ergste is nog wel dat tegenwoordig het kwaad alom goed gepraat wordt. Dat overvloedig vele kwaad, de tirannie van de zonde, de sluwe rol van Satan, dat alles kan slechts overwonnen worden door samen met Christus en Moeder Maria te bidden, te offeren, boete te doen (ieder naar eigen omstandigheden), opdat uiteindelijk de kop van Satan volledig verpletterd zal worden. Laat ieder in zijn hart nagaan, of hij voldoende beantwoordt aan de oproep van Maria te Lourdes om het vele kwaad in deze tijd te helpen keren. Dan ook heeft het alle zin ons in dit jaar geheel te stellen onder de bescherming van Onze Lieve Vrouw van Lourdes.

28-1-2008, L.T.

Advertenties