Paus Johannes Paulus II in Fatima

fatima_childrenTijdens zijn derde en waarschijnlijk laatste reis naar Fatima heeft paus Johannes Paulus II andermaal geschiedenis geschreven. Door de beide vroeg gestorven herderskinderen Jacinta en Francisco (*1) zalig te verklaren, die samen met de thans 93-jarige Lucia dos Santos (*2) de uitverkoren zienertjes waren van de Moeder Gods, werden voor het eerst in de geschiedenis van de Kerk kinderen zalig gesproken die niet als martelaars gestorven waren. Als afsluiting van zijn pelgrimstocht liet de heilige Vader voor de ontelbare pelgrims op het ‘witte plein’ van Fatima door kardinaal Sodano de aankondiging voorlezen dat hij het zogenaamde ‘derde geheim van Fatima’, waarover de laatste decennia tal van speculaties de ronde hebben gedaan, zou bekendmaken.

 

Paus Johannes Paulus II in Fatima

Zaterdag 13 mei 2000 was een heel bijzondere Fatima-dag: de heilige Vader bezocht voor de derde en zo goed als zeker laatste maal van zijn leven deze Maria-bedevaartplaats. Kort voor zijn 80e verjaardag was deze lichamelijk gebrekkige maar geestelijk nog altijd zeer heldere paus naar dit Portugese Maria-oord gereisd om de zaligverklaring uit te spreken van de twee herderskinderen, die samen met hun nog levende nicht Lucia dos Santos op 13 mei 1917 een verschijning kregen van de Moeder Gods Maria. Meer dan een miljoen pelgrims, vooral uit Portugal, vulden het grote plein voor de basiliek van Fatima. Het was een overweldigende drukte met vele tv-teams en journalisten van over heel de wereld.

Paus Johannes Paulus II had ook een gesprek gevoerd met de intussen 93-jarige Zuster Lucia, het derde herderskind van Fatima. Zij was het die alles opgeschreven had en de ‘boodschap van Fatima’ aan de wereld had doorgegeven; ook het zogenaamde ‘derde geheim van Fatima’ dat zij al een halve eeuw geleden verzegeld aan de Heilige Stoel had doen toekomen, met de bede het niet vóór het jaar 1960 bekend te maken. Maar tot nu toe had geen enkele paus voldoende redenen gevonden om tot bekendmaking over te gaan van dit geheim, waaromtrent zich in de loop van de jaren steeds wildere speculaties hadden ontwikkeld. Op deze 13e mei weet nog niemand van de velen op dit plein dat de paus vandaag dit laatste geheim vrij zal geven, alhoewel in journalistenkring geruchten in die richting de ronde doen, zeker sinds kardinaal Ratzinger, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, in een interview in het Italiaanse dagblad Il Giornalegezegd heeft naar aanleiding van vragen over dit geheim ‘dat deze paus altijd in is voor verrassingen’.

Zuster Lucia, die in een Carmelklooster te Coimbra leeft, mocht bij gelegenheid van de zaligverklaring van haar twee vriendjes nog eens terugkeren naar de plaats waar 83 jaar geleden de verschijningen plaatsvonden. Zij wist reeds dat op deze dag ook de laatste sluier zou wegvallen van het haar door de hemel toevertrouwde ‘derde geheim’. Wat anders zou de heilige Vader haar in de sacristie gezegd hebben?

Dank aan de Moeder Gods van Fatima

Reeds de avond ervoor, de 12e mei, als de heilige Vader hier in Fatima aankomt, zijn honderdduizenden pelgrims op het plein verzameld en zij bidden, zingen, begeleiden het beeld van de Madonna tijdens een indrukwekkende lichtprocessie. Velen van hen blijven de hele nacht doorbidden op het plein. Johannes Paulus II laat zich direct na aankomst naar de verschijningskapel brengen, waar hij lange tijd voor het beeld van de Moeder Gods van Fatima knielt en bidt. Hij weet dat hij haar bijzondere dank verschuldigd is, want zij behoedde hem voor de dood, toen op 13 mei 1981 de Turk Ali Agca een aanslag pleegde en verschillende schoten op hem afvuurde. De kogel die in de buik van de paus doordrong, bleef slechts een millimeter van een hoofdslagader verwijderd (was die wel geraakt, dan zou dat zeker dodelijk zijn geweest!). De kogels van de aanslag liet Johannes Paulus II uit dankbaarheid in de kroon van de Madonna inbrengen. Ook deze avond geeft hij een indrukwekkend teken van dankbaarheid en toewijding: hij legt namelijk aan de voeten van de Madonna als geschenk de ring neer, die de Poolse primaat kardinaal Jozef Wyszinski in oktober 1987 bij zijn ambtsaanvaarding als paus hem gaf met de woorden: ‘U zult de Kerk het nieuwe millennium binnenleiden’. Johannes Paulus is ervan overtuigd dat het Maria was die hem beschermde en aldus ook de vervulling van die voorzegging (van kardinaal Wyszinski) mogelijk maakte. Alleen hij die weet wat deze ring voor paus Johannes Paulus II betekent, zal kunnen begrijpen wat hij met dit gebaar voor de Moeder Gods tot uitdrukking wil brengen.

Zaligverklaring van Jacinta en Francisco

Ook op zaterdagmorgen, bij het uitspreken van de zaligverklaring van de zienertjes Jacinta en Francisco, drukt de paus zijn dankbaarheid uit voor Gods machtige werken jegens hem: ‘Nogmaals’, zo zegt hij, ‘moge ik de goedheid van de Heer tegenover mij vermelden, toen ik, zwaar getroffen, op die 13e mei 1981 van de dood gered werd. Mijn dankbaarheid gaat ook uit naar de zalige Jacinta voor haar offers en gebeden, die zij voor de heilige Vader opdroeg, van wie zij gezien had dat hij zozeer zou moeten lijden.’ Tijdens zijn preek herinnert Johannes Paulus II aan de betekenis van de boodschap van Fatima voor de 20ste eeuw:

‘Toen verscheen aan de hemel een ander teken: een grote, vuurrode draak’ (Apok 12,3). Deze woorden uit de eerste lezing van de heilige Mis doen ons aan de grote strijd denken, die plaatsvindt tussen goed en kwaad, waarbij wij kunnen vaststellen dat de mens, als hij God terzijde schuift, niet tot het geluk kan komen, ja zelfs tenslotte zichzelf vernietigt.

Hoeveel offers zijn er niet gebracht gedurende de laatste eeuw van het tweede duizendtal! Dan komen de verschrikkingen naar boven van de Eerste en Tweede Wereldoorlog en van veel andere oorlogen in zoveel delen van de wereld, de concentratie- en vernietigingskampen, de goelags, de ethnische zuiveringen en vervolgingen, het terrorisme, het wegvoeren van mensen, de drugs, de aanvallen op het ongeboren leven en op het gezin.

De boodschap van Fatima is een oproep tot bekering, een waarschuwing aan de mensheid om niet het spel van de ‘draak’ mee te spelen, die met zijn staart ‘een derde van de sterren des hemels wegvaagde’ en ‘ze op de aarde wierp’ (Apok 12,4). Het uiteindelijke doel van de mens is de hemel, zijn ware woonplaats, waar de hemelse Vader in Zijn barmhartige liefde op allen wacht… Uit moederlijke voorzorg is de heilige Maagd Maria hier naar Fatima gekomen om de mensen op het hart te drukken dat zij ‘God, onze Heer, niet meer zouden beledigen, die reeds zoveel beledigd wordt’. De smart van de Moeder brengt haar ertoe te spreken; het lot van haar kinderen staat op het spel. Daarom zegt zij tot de herderskinderen: ‘Bidt, bidt veel en brengt offers voor de zondaars, want veel zielen komen in de hel, omdat niemand zich voor hen opoffert en voor hen bidt.’…

Verleden zondag hebben wij bij het Colosseum te Rome de gedachtenis gehouden van de vele geloofsgetuigen van de 20ste eeuw en aan de hand van belangrijke getuigenissen die zij ons nagelaten hebben, de pijnigingen herdacht die zij geleden hebben… Hier in Fatima, waar deze noodlottige tijden werden aangekondigd en de Moeder Gods tot gebed en boete opriep, wil ik vandaag de hemel dankzeggen voor de kracht van de getuigenissen die zich in al deze levensgeschiedenissen heeft gemanifesteerd.’

(Preek van paus Johannes Paulus II, 13 mei 2000 te Fatima gehouden)

Bekendmaking ‘derde geheim van Fatima’

Na de Eucharistieviering bij gelegenheid van de zaligverklaring van de twee zienertjes komt kardinaal Angelo Sodano, ‘minister van Buitenlandse Zaken’ van het Vaticaan aan de microfoon en kondigt in het Portugees dè sensatie van de dag aan: de paus is van plan het zogenaamde ‘derde deel van de geheimen van Fatima’ bekend te maken: de laatste sluier zal nu worden weggenomen, nadat er zoveel over geschreven en gespeculeerd is in de afgelopen decennia.

De menigte van overwegend Portugese pelgrims blijft rustig, reageert met een dankbaar applaus, maar neemt verder rustig en gelaten kennis van deze aankondiging. Ze zijn immers niet gekomen om het ‘derde geheim’ te vernemen, maar om voor de vrede in de wereld en de redding van de zielen te bidden. Juist zoals ze dat in Portugal sinds 1917 steeds op de 13e mei doen… Daarin ligt nu juist het ware geheim van Fatima: het geheim van het geloof, het geheim van het brengen van offers van de een voor de ander in boete, lijden en sterven, waardoor de een de ander redden kan in geloof, hoop en liefde.

Toespraak kardinaal Sodano

Nadat hij mede namens alle aanwezigen de heilige Vader de hartelijke gelukwensen met zijn aanstaande 80e verjaardag heeft aangeboden en hem bedankt heeft voor zijn zeer waardevol functioneren als herder van het volk Gods, wijst kardinaal Sodano erop dat het doel van deze reis van de paus naar Fatima was: het uitspreken van de zaligverklaring van de beide herderskinderen en ook de Moeder Gods nogmaals te bedanken voor de bijzondere bescherming. Het zogenaamde ‘derde deel van de geheimen van Fatima’ lijkt ook op deze bescherming betrekking te hebben. De tekst ervan bevat een profetisch visie die men vergelijken kan met die van de heilige Schrift. Er worden daarin niet op een fotografische manier détails van toekomstige gebeurtenissen beschreven, maar tegen een algemene achtergrond worden feiten verhullend samengevat die zich wat de tijd betreft uitstrekken in een niet geheel gepreciseerde opeenvolging en duur; daarom kan de sleutel tot het verstaan van bedoelde tekst slechts symbolisch zijn. Het gaat met name om de eindeloze kruisweg die door de pausen van de twintigste eeuw wordt afgelegd.

Volgens de interpretatie van de ’herderskinderen’, onlangs ook door Zuster Lucia bevestigd, is de ‘in het wit geklede bisschop’, die voor alle gelovigen bidt, de paus; ook valt hij, door schoten getroffen, als dood ter aarde neer, terwijl hij zich tot het uiterste inspant, en te midden van de lijken van gemartelden (bisschoppen, priesters, religieuzen en talrijke leken) gaat hij het kruis tegemoet.

Na de aanslag van 13 mei 1981 was het Zijne Heiligheid duidelijk dat ‘een moederlijke hand de richting van de kogel’ heeft geleid en aldus de ‘paus die met de dood vocht’ in staat stelde ‘op de drempel van de dood’ te blijven staan. Bij gelegenheid van een kort bezoek in Rome van de toenmalige bisschop van Leiria-Fatima nam de paus de beslissing hem de kogels die na de aanslag in de jeep waren overgebleven, toe te vertrouwen om deze in het heiligdom van Fatima te bewaren. Op initiatief van de bisschop werden die kogels daarna ingebracht in de kroon van het beeld van de Madonna van Fatima.

Daarna ging kardinaal Sodano verder in op de val van het communisme in de Sovjet-Unie en talrijke Oost-Europese landen. Maar daarmee waren in andere delen van de wereld de aanvallen tegen de Kerk en tegen de christenen met alle lijden vandien nog niet ten einde. Zelfs als de gebeurtenissen waarop het derde deel van de geheimen van Fatima betrekking heeft, nu tot het verleden lijken te behoren, dan blijft toch de oproep van de Moeder Gods tot bekering en boete, al vanaf het begin van de 20ste eeuw gedaan, ook nu nog actueel en dringend. ‘De Hoge Vrouwe van deze Boodschap leest “de tekenen van de tijd” met bijzondere nadruk, alsook de tekenen van onze tijd. De dringende oproep van Maria tot boete is niets anders dan de uitdrukking van haar moederlijke zorg om het lot van de mensenfamilie, die bekering en vergeving nodig heeft’, aldus woorden van paus Johannes Paulus II.

Om de gelovigen in staat te stellen die boodschap van de Maagd van Fatima beter te begrijpen, heeft de paus aan de Congregatie voor de Geloofsleer de opdracht gegeven het derde deel van de geheimen bekend te maken en daarvoor een passend commentaar voor te bereiden.

Persconferentie op maandag 26 juni 2000

Een stuk van 28 pagina’s werd n.a.v. deze persconferentie wereldwijd verspreid via de website van het Vaticaan: omvattend: a. een inleiding van de Congregatie voor de Geloofsleer (waarvan wij een samenvatting laten volgen); b. het eerste en tweede deel van de geheimen van Fatima (zie elders in dit nummer); c. het derde deel daarvan (de volledige vertaling ervan volgt); d. de brief van de Paus aan Zuster Lucia van 19 april jl.; e. het gesprek met Zuster Lucia op 27 april jl. (van deze twee onderdelen, dus d en e, laten wij een samenvatting volgen); f. de toespraak van kardinaal Sodano, op 13 mei jl. te Fatima gehouden, die al eerder verspreid was (zie boven) en g. een theologisch commentaar van 8 bladzijden van kardinaal Ratzinger (zie het einde van ons artikel).

Inleiding van de Congregatie voor de Geloofsleer

Nu het derde millennium begonnen is, heeft paus Johannes Paulus II besloten het derde deel van het ‘geheim van Fatima’ bekend te maken. De 20ste eeuw was een van de zwaarste in de menselijke geschiedenis, met tragische en gruwelijke gebeurtenissen en als hoogtepunt de aanslag op de plaatsbekleder van Christus op aarde. Nu wordt de sluier weggenomen omtrent een reeks voorvallen. Heel de geschiedenis door zijn er bovennatuurlijke verschijningen en tekenen geweest die het hart van de menselijke gebeurtenissen raken en die tot verbazing van iedereen hun rol spelen in de ontwikkeling van de geschiedenis. Deze bekendmakingen kunnen nooit in tegenstelling zijn met de geloofsinhoud en moeten daarom altijd gericht zijn op de kern van Christus’ verkondiging: de liefde van de Vader die alle mensen tot bekering wil brengen en hun de genade schenkt om zichzelf met kinderlijke toewijding aan Hem over te geven. Dit is ook de boodschap van Fatima, die met haar dringende oproep tot bekering en boete ons stuwt naar het hart van het Evangelie. Fatima is de meest profetische van de moderne verschijningen. Het eerste en tweede deel van de ‘geheimen’(zie elders in dit nummer) hebben speciaal betrekking op het huiveringwekkend visioen van de hel, de devotie tot het Onbevlekt Hart van Maria, de Tweede Wereldoorlog en de voorspelling van de zeer grote schade, door Rusland de mensheid aangedaan door het christelijke geloof te verzaken en het communistische totalitaire systeem te omhelzen.

In 1917 kon niemand zich dat alles voorstellen: de drie herdertjes van Fatima zien, luisteren en onthouden het, en Lucia, de nog levende getuige, vertrouwt alles aan het papier toe, toen haar dit werd opgedragen door de bisschop van Leiria, met toestemming van O.L. Vrouw.

Voor de twee eerste delen van de ‘geheimen’ wordt verwezen naar de tekst van Zuster Lucia van 31 augustus 1941, met enkele aantekeningen dd. 8 december 1941. Het derde deel is geschreven ‘in opdracht van Z.H. Exc. de Bisschop van Leiria en van de Allerheiligste Moeder…’ op 3 januari 1944. Dit is één met de hand geschreven stuk dat gefotokopieerd is bijgevoegd. In een verzegelde enveloppe werd het eerst door de bisschop van Leiria bewaard. Om het beter te beschermen werd de enveloppe op 4 april 1957 opgeborgen in de geheime archieven van de Heilige Stoel. De bisschop van Leira heeft Zuster Lucia daarvan op de hoogte gesteld.

Deze enveloppe met het derde deel van het ‘geheim van Fatima’ werd op 17 augustus 1959 aan paus Johannes XXIII gegeven. ‘Na enige aarzeling’ zei Zijne Heiligheid: ‘We zullen wachten. Ik zal bidden. Ik zal u meedelen wat ik beslis’. De paus besloot toen de verzegelde enveloppe te retourneren naar de archieven van de Heilige Stoel en het derde deel van het ‘geheim’ niet te openbaren. Paus Paulus VI heeft op 27 maart 1965 wel de inhoud gelezen, samen met de substituut, mgr Angelo Dell’Acqua, maar zond de enveloppe ook naar de archieven terug en besloot de tekst nog niet te publiceren.

Paus Johannes Paulus II op zijn beurt vroeg de enveloppe met het derde deel van het ‘geheim’ op na de aanslag op hem van 13 mei 1981. Op 18 juli daaropvolgend gaf kardinaal Franjo Šeper, prefect van de Geloofscongregatie, twee enveloppen aan mgr Eduardo Martínez Somalo, substituut van het Staatssecretariaat: één witte enveloppe met de originele Portugese tekst van Zuster Lucia en één oranje enveloppe met de Italiaanse vertaling van het ‘geheim’. Op 11 augustus daarna liet mgr Martínez de twee enveloppen terugbrengen naar de archieven van de Heilige Stoel.

Zoals bekend, heeft paus Johannes Paulus II er toen onmiddellijk aan gedacht de wereld toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria en hij stelde zelf een gebed samen voor wat hij noemde een ‘akte van toewijding’; de bedoeling was deze toewijding plechtig uit te spreken in de basiliek Santa Maria Majora op 7 juni 1981, Pinksteren, de dag die gekozen was om de 1600e verjaardag te gedenken van het Eerste Concilie van Constantinopel en de 1550e verjaardag van het Concilie van Ephese. Aangezien de paus zelf niet in staat was daarbij aanwezig te zijn, werd zijn toespraak via de radio uitgezonden. (Het ligt in onze bedoeling de tekst van deze akte van toewijding in ons volgend nummer op te nemen –red.).

Zuster Lucia bevestigde persoonlijk dat deze plechtige en universele akte van toewijding beantwoordde aan hetgeen de heilige Maagd Maria wenste: ‘Ja, het is juist zo gedaan als Onze Lieve Vrouw het op 25 maart 1981 heeft gevraagd’ (brief van 8-11-1989). Ook heeft zij inmiddels reeds een aanwijzing gegeven voor de interpretatie van het derde deel van het ‘geheim’ in een brief aan de Heilige Vader van 12 mei 1982:

‘Het derde deel van het geheim heeft betrekking op de woorden van Maria: “Indien niet (gedaan wordt wat ik vraag) dan zal Rusland zijn dwalingen over de wereld verspreiden en daarmee oorlogen veroorzaken en vervolgingen van de Kerk. De goeden zullen gemarteld worden; de heilige Vader zal veel te lijden hebben; verschillende naties zullen uitgeroeid worden” (13 juli 1917).

Het derde deel van het geheim is een symbolische openbaring, verwijzend naar dat deel van de boodschap, waarbij de voorwaarde gesteld wordt of wij al dan niet zullen volbrengen wat de boodschap zelf vraagt: “Indien aan mijn verzoeken wordt voldaan, dan zal Rusland zich bekeren en er zal vrede zijn; zo niet, dan zal het zijn dwalingen over de wereld verspreiden enz.”

Aangezien wij de oproep van de boodschap niet hebben beantwoord, zien we dat het is uitgekomen. Rusland heeft zijn dwalingen de wereld ingevoerd. En als we nog niet de volledige vervulling van het laatste deel van de voorspelling te zien hebben gekregen, dan gaan we toch met grote schreden stap voor stap die richting uit. Als wij het pad der zonde niet verlaten, van de haat, de wraak, de ongerechtigheid, de schendingen van de rechten van de menselijke persoon, de immoraliteit en het geweld etc.

En laten we dan niet zeggen dat God ons op die manier straft; integendeel, het volk zelf bereidt zijn eigen straf voor. In Zijn goedheid waarschuwt God ons en roept Hij ons tot het rechte pad terug, terwijl Hij de vrijheid die Hij ons gegeven heeft blijft respecteren; vandaar dat het volk zelf verantwoordelijk is.’

De beslissing van Z.H. paus Johannes Paulus II om het derde deel van het ‘geheim’ van Fatima bekend te maken sluit een geschiedenisperiode af, die gekenmerkt wordt door een tragisch menselijk streven naar macht en kwaad, terwijl we toch omringd blijven van de barmhartige liefde van God en de niet aflatende zorg van de Moeder van Jezus, Moeder ook van de Kerk. Het handelen Gods, de Heer van de geschiedenis, en de mede-verantwoordelijkheid van de mens binnen het drama van zijn creatieve vrijheid zijn de twee peilers waarop de geschiedenis van de mensheid is gebouwd. O.L.Vrouw die in Fatima verschenen is wijst ons op deze vergeten waarden. Zij herinnert ons eraan dat de toekomst van de mensheid in Gods handen is en dat wij actieve en verantwoordelijke partners zijn in het scheppen van die toekomst.

(w.g.) Tarcisio Bertone, SDB,

emeritus-aartsbisschop van Vercelli,

secretaris van de Congregatie voor de Geloofsleer.

 

De geheimen van Fatima

Voor het eerst en tweede deel: zie elders in dit nummer. Het derde deel is door Zuster Lucia aldus omschreven in een brief van 3 januari 1944.

‘J.M.J.

Het derde deel van het geheim, geopenbaard in de Cova da Iria, Fatima, op 13 juli 1917.

Ik schrijf dit in gehoorzaamheid aan U, mijn God, die mij opdraagt dit te doen in de persoon van Z.H.Exc. de bisschop van Leiria en in de persoon van uw allerheiligste Moeder, ook mijn Moeder.

Na de twee delen die ik al heb uitgelegd, zagen wij links van Onze Lieve Vrouw en een beetje hoger een Engel met een vlammend zwaard in zijn linkerhand. Er vlogen vonken vanaf en er kwamen vlammen uit die de wereld in brand leken te zetten; maar ze werden gedoofd toen ze in aanraking kwamen met de glans die van Maria vanaf haar rechterhand naar de Engel straalde: met zijn rechterhand naar de aarde wijzend, riep de Engel met luide stem uit: ‘Boete, boete, boete!’.

En we zagen in een enorm licht dat God is: ‘iets wat eruit ziet als mensen in een spiegel als zij daarlangs lopen’ een bisschop in het wit gekleed ‘we hadden de indruk dat het de heilige Vader was’. Andere bisschoppen, priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen gingen een steile berg op, op de top daarvan stond een groot kruis met ruwe stammen juist als van een kurkeik met schors; alvorens daar te komen ging de Heilige Vader door een grote stad half verwoest en half nog bevend, met wankele schreden, diep getroffen door smart en zorgen, bad hij voor de zielen van de lijken die hij op zijn weg tegenkwam; nadat hij de top van de berg had bereikt, knielend aan de voeten van het grote kruis, werd hij gedood door een groep soldaten die vuurwapens en pijlen op hem afschoten, en op dezelfde manier stierven daar, de een na de ander, de bisschoppen, priesters, religieuzen en verschillende leken uit verschillende sociale klassen en standen. Onder de beide armen van het kruis waren er twee Engelen elk met een kristallen gieter in de hand, waarin zij het bloed van de martelaren opvingen en daarmee besprenkelden zij de zielen die naar God opstegen

Tuy-3-1-1944’.

(In deze vertaling – uit het Engels- is het hier en daar minder juiste gebruik van leestekens gehandhaafd als in de originele brief van Zuster Lucia.)

Brief van Z.H. paus Johannes Paulus II aan Zuster Lucia dd. 19 april 2000

Na een openingsgroet zegt de paus dat hij blij is Zuster Lucia te ontmoeten op de lang verwachte dag van de zaligverklaring van Francisco en Jacinta, 13 mei. Maar op die dag zal er alleen maar tijd zijn voor een korte begroeting en niet voor een gesprek. Daarom zendt de paus de Mgr. Tarcisio Bertone, secretaris van de Congregatie voor de Geloofsleer, om met Zuster Lucia te spreken. Deze Congregatie werkt ten nauwste samen met de paus bij het verdedigen van het ware katholieke geloof en heeft sinds 1957 de hand geschreven brief bewaard met het derde deel van het ‘geheim’ van Fatima, geopenbaard 13 juli 1917. Mgr Bertone zal, begeleid door de bisschop van Leiria, in naam van de paus naar Zr. Lucia komen om bepaalde vragen te stellen omtrent de interpretatie van ‘het derde deel van het geheim’. Zij kan openlijk en vrij met Mgr Bertone spreken.

Na gezegd te hebben dat hij voor de communiteit van Coimbra en heel de wereld bidt, eindigt de paus met zijn speciale apostolische zegen.

Gesprek met Zuster Maria Lucia van Jezus en het Onbevlekt Hart

De ontmoeting tussen Zuster Lucia en mgr Tarcisio Bertone, secretaris van de Congregatie voor de Geloofsleer, gezonden door de heilige Vader en vergezeld van de bisschop van Leiria-Fatrima, mgr Serafim de Sousa Ferreira e Silva, had plaats op donderdag 27 april 2000, in de Carmel van de H. Teresia te Coimbra.  Zuster Lucia, stralend en kennelijk op haar gemak, was erg blij dat de heilige Vader naar Fatima zou gaan voor de zaligverklaring van Francisco en Jacinta, iets waarnaar zij allang had uitgezien.

De bisschop van Leiria-Fatima leest de brief voor, eigenhandig door de paus geschreven, waarin de redenen voor het bezoek worden uitgelegd. Zuster Lucia voelt zich hierdoor vereerd en leest de brief zelf opnieuw. Ze zal alle vragen openhartig beantwoorden. Dan biedt mgr. Bertone haar twee enveloppen aan: in de eerste zit een tweede enveloppe met de brief die het derde deel van het ‘geheim’ van Fatima bevat. Als zij die brief met haar vingers aanraakt, zegt zij onmiddellijk: ‘Dit is mijn brief’, en dan terwijl ze de brief leest: ‘Dit is mijn handschrift’.

De originele tekst, in het Portugees, wordt gelezen en uitgelegd met de hulp van de bisschop van Leiria-Fatima. Zuster Lucia stemt in met de interpretatie dat het derde deel van het ‘geheim’ een profetisch visoen was, gelijkend op visioenen in de heilige schrift. Zij herhaalt haar overtuiging dat het visioen van Fatima vooral gaat over de strijd van het atheïstisch communisme tegen de Kerk en tegen de christenen, en zij beschrijft het verschrikkelijke lijden van de slachtoffers voor het geloof in de twintigste eeuw.

Als haar gevraagd wordt: ‘Is de voornaamste figuur in het visioen de paus?’ antwoordt Zuster Lucia direct dat dit zo is. Zij herinnert eraan dat de drie kinderen zeer bedroefd waren over het lijden van de paus, en dat Jacinta bleef zeggen: ‘Arme heilige Vader, ik ben zeer bedroefd om de zondaars’. Zuster Lucia vervolgt: ‘We wisten niet de naam van de paus; de heilige Maagd vertelde ons de naam van de paus niet; we wisten niet, of het Benedictus XV of Pius XII of Paulus VI dan wel Johannes Paulus II was; maar het was de paus die veel leed en dat deed ons ook lijden’.

Wat betreft de passage over de in het wit geklede bisschop: dat is de heilige Vader – zoals de kinderen zich onmiddellijk realiseerden tijdens het visioen – die dood geslagen wordt en op de grond valt. Zuster Lucia is het volledig eens met de mening van de paus dat ‘het een moedershand was die de weg van de kogel begeleidde en die de paus in zijn hevige pijnen op de drempel van de dood hield’.

Alvorens de verzegelde enveloppe met daarin het derde deel van het ‘geheim’ aan de toenmalige bisschop van Leiria-Fatima te geven, schreef Zuster Lucia op de buitenkant van de enveloppe dat deze pas geopend kon worden na 1960, ofwel door de patriarch van Lissabon of door de bisschop van Leiria. Mgr Bertone vroeg daarom: ‘Waarom pas na 1960? Had O.L.Vrouw die datum vastgesteld?’ Zuster Lucia antwoordde: ‘Dat was niet O.L.Vrouw. Ik bepaalde die datum, omdat ik de intuïtie had dat het vóór 1960 niet begrepen zou worden, maar dat het alleen later begrepen zou worden. Nu het beter verstaan kan worden, schreef ik neer wat ik zag; nochtans, het was niet mijn zaak om uitleg te geven, maar dat komt de paus toe.’

Tenslotte komt het niet gepubliceerde manuscript ter sprake dat Zuster Lucia heeft samengesteld als antwoord op de vele brieven, ontvangen van Mariavereerders en pelgrims. Het werk heeft de titel Os apelos da Mensagem de Fatima  en, in de stijl van catechese en opwekking, bundelt het gedachten en overdenkingen die uitdrukking geven aan de gevoelens van Zuster Lucia en van haar heldere en zuivere spiritualiteit. Er wordt haar gevraagd, of ze blij zou zijn, als het boek gepubliceerd zou worden. Zij antwoordt daarop: ‘Als de heilige Vader ermee instemt, dan ben ik blij, anders gehoorzaam ik, wat de paus ook beslist’. Zuster Lucia wil voor de tekst de kerkelijke goedkeuring vragen en zij hoopt dat wat zij geschreven heeft zal helpen om mannen en vrouwen van goede wil te begeleiden op de weg die naar God voert, het uiteindelijke doel van ieder menselijk streven en verlangen. Het gesprek eindigt met een uitwisseling van rozenkransen. Aan Zuster Lucia wordt een rozenkrans gegeven die van de paus komt en zij van haar kant biedt een aantal rozenkransen aan die zijzelf gemaakt heeft.

De ontmoeting eindigt met de zegen, overgebracht in naam van de heilige Vader.

Theologisch commentaar

Dit commentaar van Kardinaal Joseph Ratzinger, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, is het langste stuk van het document over deze persconferentie. Hij zegt o.m. dat de bekendmaking van het derde deel van het ‘geheim’ van Fatima wel teleurstelling of verrassing mee zal brengen na alle speculaties. Is dit het nu wat de Moeder Gods wenste mee te delen aan de christenheid en de mensheid in een tijd van grote moeilijkheid en droefheid? Volgens de kardinaal biedt dit ‘geheim’ toch een voor onze materialistische tijd bemoedigende boodschap: dat de mensheid zichzelf kan redden door bekering en boete.

De kardinaal geeft uitvoerig uitleg omtrent privé-openbaringen (die goed zijn als ze de essentie van het geloof versterken), de theologische status ervan en het verschil met de algemene, publieke Openbaring; en verder ook over de anthropologische structuur van privé-openbaringen; om tenslotte uitvoerig het ‘geheim’ van Fatima te trachten te verklaren.

Het zou te ver voeren dit alles nu diepgaand te behandelen, dit artikel zou veel te lang worden, het is al lang genoeg… Daarom ligt het in de bedoeling om in het komend nummer van het grotere kwartaalblad van onze stichting, De Katholiek Nieuwsbrief (Dekanie) *), dit theologisch commentaar van kardinaal Ratzinger nader te bespreken.

De Maria-verschijningen van Fatima met de daar gegeven boodschappen en ‘geheimen’ bevatten veel stof tot nadenken, maar vooral een nog altijd actuele opwekking tot gebed en offer, om veel te bidden voor de paus (zoals de herdertjes van Fatima dat deden) en vooral ook voor de zondaars, zowel buitenstaanders als voor degenen die – uiterlijk binnen de Kerk blijvend – toch de katholieke geloofsbeleving en de Kerk ontrouw zijn geworden.

_______________

  • (1) Jacinta Marto, * 11.03.1910; =02.1920. Francisco Marto, * 11.06.1908; = 04.04.1919.
  • (2) Lucia dos Santo (jongste van zeven kinderen), geb. 22.03.1907; na ingetreden te zijn bij de Zusters Dorotheeën werd zij na de Tweede Wereldoorlog Carmelites in de Carmel van Santa Teresa te Coimbra, met de kloosternaam: Maria Lucia do Imaculado Coração.

 

Bron: J.A.A. Leechburch Auwers, www.janvanleechburchtotauwers.wordpress.com

 


 

 

Advertenties