Paus Benedictus XVI: De Kerk en het derde geheim van Fatima


De Kerk en het derde geheim van Fatima

Geschreven door Benedictus XVI op 29 mei 2010.

In het vliegtuig dat hem naar Portugal bracht, op 11 mei ll., antwoordde de paus op een vraag i.v.m. het derde geheim van Fatima. Het interview werd afgenomen door Pater Lombardi, Directeur van de Persdienst van het Vaticaan. Wij publiceren hier alleen de laatste vraag. 

 

P. Lombardi Dank u. En nu Fatima dat ongeveer het geestelijk hoogtepunt van deze reis zal zijn. Heiligheid, wat is de betekenis van de verschijningen in Fatima voor ons vandaag? Wanneer u in juni 2000, in de perszaal van het Vaticaan, de tekst gepresenteerd heeft van het derde geheim —sommigen van ons waren er toen bij— werd u gevraagd of de boodschap, naast de aanslag op Johannes Paulus II, kon begrepen worden op ander lijden van pausen. Kan men het lijden van de Kerk van vandaag dat te maken heeft met de zonden van seksueel misbruik van minderjarigen, volgens u zo bekijken?

Heilige Vader : Ik zou vooreerst uiting willen geven aan mijn vreugde om naar Fatima te gaan, te bidden bij de Maagd van Fatima die voor ons een teken is van de aanwezigheid van het geloof, van het feit dat het juist vanuit de kleinen is dat het geloof opnieuw kracht schept; een geloof dat zich niet tot de kleinen beperkt maar een boodschap heeft voor de hele wereld en aansluit bij de loop van de huidige geschiedenis en ze verlicht. In 2000 heb ik bij de presentatie gezegd dat een verschijning, dat wil zeggen een bovennatuurlijk gebeuren, niet alleen voortkomt uit de inbeelding van de persoon maar werkelijk van de Maagd Maria, van het bovennatuurlijke; zo een gebeuren treedt binnen in een subject en uit zich volgens de mogelijkheden van dat subject. Het subject wordt bepaald door zijn historische, persoonlijke conditie, door zijn temperament en vertaalt dit grote bovennatuurlijke gebeuren dus volgens zijn mogelijkheden van zien, inbeelden, zich uitdrukken; maar in de uitdrukkingsvormen van het subject is een inhoud verborgen die verder reikt, dieper, en pas in de loop van de geschiedenis kunnen wij heel de diepte zien die —laat ons zeggen— omhuld was in dit visioen van de concrete personen.

Ik zou zeggen, dat meer dan dit grote visioen van het lijden van de paus, dat wij in de eerste plaats kunnen terugbrengen op Paus Johannes Paulus II, op werkelijkheden gewezen wordt die te maken hebben met de toekomst van de Kerk die zich geleidelijk ontwikkelen en manifesteren. Het is bijgevolg waar dat men spreekt, dat men de noodzaak ziet van een lijden van de Kerk, dat verder reikt dan het ogenblik waarop gewezen wordt in het visioen, en dat zich natuurlijk weerspiegelt in de persoon van de Paus, doch de Paus is er voor de Kerk en zo wordt het lijden van de Kerk aangekondigd. De Heer heeft ons gezegd dat de Kerk altijd zou te lijden hebben, op verschillende manieren, tot aan het einde van de wereld. Belangrijk is dat de boodschap, het antwoord van Fatima, niet wezenlijk bestaat uit bepaalde devoties maar uit een fundamenteel antwoord, dat wil zeggen permanente bekering, boete, gebed en de drie goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde. Zo zien wij het waarachtige en fundamentele antwoord dat de Kerk moet geven, dat wij, ieder van ons, in deze situatie moet geven.

Wat het nieuwe betreft dat wij vandaag in deze boodschap kunnen ontdekken, is er ook het feit dat de aanvallen tegen de paus en de Kerk niet alleen van buiten komen maar dat het lijden van de Kerk precies van binnen de Kerk komt, van de zonde die in de Kerk leeft. Dat heeft men altijd geweten, maar vandaag zien we het op een werkelijk schrikwekkende manier: dat de grootste vervolging van de Kerk niet van haar uitwendige vijanden komt maar voortkomt uit de zonde van de Kerk en dat de Kerk dus opnieuw moet leren boete doen, zuivering aanvaarden, enerzijds leren vergeven maar ook de noodzaak van rechtvaardigheid ziet. Vergeving vervangt rechtvaardigheid niet. In één woord, wij moeten opnieuw het essentiële leren: bekering, gebed, boete en de Goddelijke deugden. Zo geven wij een antwoord, zo zijn wij realistisch; wij moeten ons eraan verwachten dat het kwaad altijd toeslaat, dat het van binnen komt en van buiten, maar ook dat de krachten van het goede altijd aanwezig zijn en dat de Heer uiteindelijk sterker is dan het kwaad; de Maagd is voor ons de zichtbare, moederlijke waarborg van de goedheid van God die in de geschiedenis altijd het laatste woord heeft.

Bron: http://www.rkdocumenten.nl/

Overgenomen van: http://www.didoc.be/nl/papers


Advertenties