Het geheim van La Salette – met commentaar door Hubert Luns

HET GEHEIM VAN LA SALETTE
19 september 1846


Naast “de Boodschap” kregen de kinderen van de gezegende Maagd Maria ook een Geheim (profetie), dat pas later mocht worden gepubliceerd. Hier volgt een vertaling van het Geheim aan Melanie Calvat, gegeven te La Salette in de Franse Alpen. De Franse brontekst, hier gebruikt, werd in 1879 gepubliceerd met het imprimatur van Monseigneur Zola, de bisschop van Lecce (nabij Napels).

…………….…………….…………….…………….………………………

O.L. Vrouw zei: “Melanie, wat Ik je ga zeggen zal niet altijd geheim blijven. Je kunt het in 1858 publiek maken.”

De priesters, de dienaren van mijn Zoon, zijn door hun slechte leven, hun oneerbiedigheden en goddeloosheid bij het vieren van de heilige geheimen, door de liefde voor het geld, de hang naar eer en genot; de priesters zijn riolen van onzuiverheid geworden! Ja, de priesters vragen om wraak, en wraak hangt hen boven het hoofd. (cfr Jer. 6:13-15) Wee de priesters en de aan God toegewijde personen, die door hun trouweloosheid en slechte leven Mijn Zoon opnieuw kruisigen! De zonden van de aan God toegewijde personen zijn ten hemelschreiend en roepen om wraak, en wraak staat nu voor de deur, want er is niemand meer om voor het volk mededogen en vergeving af te smeken. Er zijn geen edelmoedige zielen meer. Er is niemand meer die waardig is om ten voordele van de wereld het onbevlekte Slachtoffer aan de Allerhoogste aan te bieden. (cfr Ez. 22:26)

God gaat de wereld ongeëvenaard straffen! Wee de bewoners van de aarde! God gaat zijn toorn uitgieten en niemand zal aan zoveel rampspoed tegelijk kunnen ontsnappen! (cfr Mat. 24:19-21). De leidinggevenden, de leiders van Gods volk, hebben het gebed en de boete verwaarloosd. De duivel heeft hun verstand verduisterd. Zij zijn die dwaalsterren geworden die de oude duivel met zijn staart zal meeslepen en doen vergaan. (cfr Dan. 8:10) God zal de oude slang toestaan verdeeldheid te zaaien onder de leiders, in alle gemeenschappen en alle gezinnen. Men zal aan lichamelijke en geestelijke kwalen lijden. God zal de mens aan zichzelf overlaten en gesels sturen die elkaar meer dan vijfendertig jaar opvolgen. De samenleving staat aan de vooravond van de allerverschrikkelijkste plagen en ernstigste gebeurtenissen. Men kan erop rekenen met een ijzeren roede te worden geslagen en uit de kelk van Gods toorn te drinken. (cfr Ap. 16:1)

Dat de plaatsbekleder van mijn Zoon, de opperste herder Pius IX, na 1859 Rome niet meer verlate, maar dat hij flink en edelmoedig zij. Dat hij strijde met de wapens van het geloof en die der liefde. Ik zal hem terzijde staan! Dat hij zich hoede voor Napoleon III. Deze is dubbelhartig. Wanneer hij tegelijk paus en keizer wil zijn, zal God zich spoedig van hem terugtrekken. Hij is die arend die in zijn gang steeds hoger wilde klimmen, maar op het zwaard neerstortte, waar hij zich van wilde bedienen om de volken te dwingen zich aan hem te onderwerpen. Italië zal voor zijn ambitie gestraft worden om het juk van de Heer der Heersers te hebben willen afschudden. En zo zal zij aan een oorlog worden overgeleverd. Aan alle zijden zal bloed stromen. Kerken zullen worden gesloten en ontheiligd. Priesters en religieuzen zullen worden vervolgd en men zal ze een wrede dood doen sterven. Een aantal zal van het geloof afvallen. Het getal der priesters en religieuzen, die van het ware geloof afwijken, zal groot zijn (maar ze zullen binnen de religie blijven). Onder die mensen zullen zelfs bisschoppen zijn. Dat de paus zich in acht neme tegen wonderdoeners, want de tijd is gekomen dat de meest verbazingwekkende wonderwerken zullen plaatsvinden, zowel op aarde als in de lucht.
In het jaar 1864 zal Lucifer met een groot aantal duivels uit de hel worden losgelaten. (cfr Ap. 9:14-15) Zij zullen het geloof beetje bij beetje vernietigen, zelfs in personen die God zijn toegewijd. Zij zullen hen op zulk een wijze verblinden dat die personen, tenzij ze een bijzondere genade ontvangen, de geest van die kwade engelen zullen overnemen. Verscheidene religieuze ordes zullen geheel en al het geloof kwijtraken en veel zielen verliezen. Slechte boeken zullen rijkelijk over de wereld stromen en de geesten der duisternis zullen overal een algemene verflauwing bewerkstelligen voor alles wat de dienst van God betreft. Zij (deze geesten) zullen een heel grote macht over de natuur bezitten en er zullen kerken om die geesten te dienen. [Bij hoge uitzondering] zullen mensen, waaronder zelfs priesters, door die boze geesten van de ene plaats naar de andere worden getransporteerd, daar zij niet geleid worden door de goede geest van het Evangelie, die een geest is van nederigheid, van liefde en ijver voor de glorie van God. [In bepaalde gevallen] zal men de dode lichamen van rechtvaardigen opwekken – dat wil zeggen dat die doden het uiterlijk aannemen van die rechtvaardige zielen die eens op aarde leefden ten einde de mensen beter te kunnen misleiden. Die zogenaamde opgewekte doden, die niets anders zijn dan duivels in die gestalte, zullen een ander evangelie prediken dat ingaat tegen dat van de ware Jezus Christus, waarin het bestaan van de Hemel wordt ontkend, wat ook wil zeggen van de zielen die verdoemd zijn. Het zal lijken alsof al die zielen met hun lichamen verenigd zijn. (Wat tussen [haakjes] staat, is Melanies eigen verklaring naderhand.)

Overal zullen buitengewone ‘wonderen’ plaatsvinden, daar het echte geloof zal zijn uitgeblust en het valse licht de mensen verlicht. Wee de leiders der Kerk die alleen maar denken aan het opstapelen van rijkdom op rijkdom en het veilig stellen van hun gezag, en die hoogmoedig heersen. De plaatsbekleder van mijn Zoon zal veel te lijden hebben omdat de Kerk voor een tijd zal zijn overgeleverd aan grote vervolgingen. Dat zal de tijd der duisternis zijn. De Kerk zal een afschuwelijke crisis doormaken. Daar het heilig geloof van God vergeten zal zijn, zal ieder individu zichzelf willen besturen en de mensen van zijn eigen niveau proberen te overtreffen. Men zal de burgerlijke en geestelijke machten afschaffen. Iedere regel en elke rechtvaardigheid zal met de voeten getreden worden. Men zal niets anders zien dan moorden, haat, jaloezie, leugen en verdeeldheid, zonder liefde voor vaderland en gezin. (cfr 2 Tim. 3:1-5) De Heilige Vader (Johannes Paulus II) zal veel lijden. De bozen zullen verschillende malen een aanslag op zijn leven plegen, zonder zijn leven te kunnen bekorten, maar noch hij noch zijn opvolger [die niet niet lang zal heersen] zal de triomf van Gods Kerk zien.

De burgerlijke overheden zullen allen eenzelfde doel hebben, dat bestaat uit het afschaffen en doen verdwijnen van elk godsdienstig beginsel, om plaats te maken voor het materialisme, het atheïsme, het spiritisme en allerhande zonden. In het jaar 1865 zal men de gruwel zien in de heilige plaatsen. In de kloosters zullen de bloemen van de Kerk stinkende zijn, en de duivel zal zich als de koning der harten uitgeven. Dat zij die leiding geven aan godsdienstige instellingen op hun hoede zijn voor mensen die zich aanmelden, want de duivel zal al zijn geslepenheid gebruiken om in de kloosterorden mensen te laten opnemen die zich aan zonde hebben overgegeven, want ongeregeldheden en de liefde voor het vleselijk genot zullen zich over de hele wereld hebben verspreid.

Frankrijk, Italië, Spanje en Engeland zullen oorlog voeren. Het bloed zal door de straten stromen. Fransman zal strijden tegen de Fransman, Italiaan tegen Italiaan, en daarna komt er een algemene en verbijsterende oorlog. Gedurende enige tijd zal God zich Frankrijk noch Italië herinneren omdat het Evangelie van Jezus Christus niet meer gekend is. De bozen zullen al hun vermetelheid ontplooien. Men zal elkaar doden, zelfs tot in de woonhuizen afslachten. Bij de eerste slag van zijn bliksemend zwaard zullen de bergen en de hele natuur van vrees sidderen, daar de wanorde en misdaden van de mens het gewelf van de hemel hebben doorboord. Parijs zal in brand staan en Marseille worden overstroomd. Meerdere steden zullen door aardbevingen in puin storten en verzwolgen worden. Men zal denken dat alles verloren is. Men zal niet anders dan moorden zien en horen van wapengeweld en gevloek. (cfr Jes. 47:11) De rechtvaardigen zullen veel lijden. Hun gebeden, boetedoening en tranen zullen ten hemel stijgen. Heel Gods volk zal om vergeving en genade smeken en mijn hulp en bemiddeling inroepen.
Dan zal Jezus Christus door een daad van zijn rechtvaardigheid en zijn grote ontferming voor de rechtvaardigen aan zijn engelen bevelen om al zijn vijanden ter dood te brengen. (cfr 2 Tess. 1:7-9 ) Plotseling zullen de vervolgers van de Kerk van Jezus Christus en alle mensen, die zich aan de zonde hebben overgegeven, sterven en de aarde zal op een woestijn gelijken.(cfr Mat. 13:41) Dan zal er vrede ontstaan, de verzoening van God met de mensen. Jezus Christus zal gediend, geëerd en verheerlijkt worden. De liefde zal overal bloeien. De nieuwe koningen zullen de rechterarm van de Heilige Kerk zijn, die sterk zal zijn en nederig, vroom, in armoede, in vurige navolging van de deugden van Jezus Christus. Het Evangelie zal overal gepredikt worden en de mensheid zal grote vordering maken in het geloof, want er zal eenheid zijn onder de arbeiders van Jezus Christus, en de mensen zullen in de vreze Gods leven. Maar die vrede onder de mensen zal van korte duur zijn: vijf en twintig jaren van overvloedige oogsten zullen hen doen vergeten dat de zonden der mensen de oorzaak zijn van al het lijden dat op aarde neerkomt. (cfr Jer. 6:19) Een voorloper van de Antichrist zal met zijn legers uit verschillende landen tegen de ware Christus strijden, de enige Redder van de wereld. Hij zal veel bloed vergieten en de eredienst van God willen vernietigen om zich als een god voor te doen.

De aarde zal met allerlei soort gesels geslagen worden – behalve dan nog de pest en de hongersnood, die algemeen zullen zijn. Oorlogen zullen elkaar opvolgen tot aan de laatste oorlog, die dan gevoerd zal worden door de tien koningen van de Antichrist, die allen eenzelfde oogmerk zullen hebben en de enigen zijn die de wereld regeren. Voordat dit gebeurt zal een soort schijnvrede in de wereld heersen. (cfr 1 Thess. 5:3) Men zal aan niets anders denken dan zich te vermaken. De bozen zullen zich aan elk soort zonde overgeven maar de kinderen van de Heilige Kerk, de kinderen van het geloof, mijn ware navolgers, zullen groeien in de liefde tot God en in de deugden die mij het dierbaarst zijn. Gelukkig de nederige en door de Heilige Geest geleide zielen! Ik zal met hen strijden totdat zij de volheid van jaren bereiken. De natuur roept wegens de mensen om wraak en zij siddert van ontzetting in afwachting van wat de met misdaden bevuilde aarde overkomen zal. Beef aarde, en u allen die beweert Jezus Christus te dienen, maar die in uw binnenste uzelf aanbidt. Beef, want God gaat u aan zijn vijand overleveren, want de heilige plaatsen zijn verdorven geraakt. Veel kloosters zijn niet meer huizen van God, maar de weilanden van Asmodea en zijn soort. (Asmodea is een oosterse kwaadgod uit het verre verleden die het goede bestrijdt en chaos brengt.) In die tijd zal de Antichrist geboren worden uit een Hebreeuwse non, uit een onechte maagd die gemeenschap zal hebben met de oude slang, de meester van onreinheid. Zijn vader zal bisschop zijn. Bij zijn geboorte zal hij godslasteringen uitbraken, en zal hij tanden hebben. Het zal in één woord de geïncarneerde duivel zijn. Hij zal vreselijke kreten slaken, hij zal wonderen doen en zich slechts met onreinheden voeden. Hij zal broers hebben die, ofschoon zij niet zoals hij geïncarneerde duivels zijn, kinderen van het kwaad zijn. Op twaalfjarige leeftijd zullen ze zich door hun dapper bevochten overwinningen onderscheiden. Weldra zal ieder van hen aan het hoofd van legers staan, daartoe bijgestaan door de legioenen van de hel. De seizoenen zullen veranderen en de aarde zal slechts bedorven vruchten voortbrengen. De sterren zullen hun gewone bewegingen staken, de maan zal nog maar een zwak, roodachtig licht uitstralen. Het water en vuur zullen uiting geven van de stuiptrekkingen van de aardbol. Verschrikkelijke aardbevingen zullen bergen en steden en dergelijke verslinden. (cfr Ap. 6:12-14)

Rome zal het geloof verliezen en de zetel van de Antichrist worden. Samen met de Antichrist zullen de duivels in de lucht grote wonderen doen, zowel op aarde als in de lucht. De mensen zullen steeds meer ontaarden, maar God zal zorgdragen voor zijn getrouwe dienaren en de mensen van goede wil. (cfr Jes. 66:2) Het Evangelie zal overal verkondigd worden, alle mensen van alle naties zullen de waarheid kennen!

Ik richt een dringende oproep tot de aarde! Ik aanroep de ware leerlingen van de levende en in de hemelen heersende God! Ik aanroep de ware volgelingen van de mensgeworden CHRISTUS, DE ENIGE EN WARE REDDER VAN MENSEN! Ik aanroep mijn kinderen, de ware gelovigen, zij die zich aan mij hebben gegeven, opdat ik ze naar mijn goddelijke Zoon kan brengen, hen die ik om zo te zeggen in mijn armen draag, hen die vanuit mijn geest hebben geleefd.
Tenslotte aanroep ik de Apostelen der Laatste Dagen, de trouwe leerlingen van Jezus Christus, die in verachting van de wereld hebben geleefd en in zelfonthechting, in armoede en nederigheid, misprezen en in stilte, in gebed en versterving, in kuisheid en in vereniging met God, in het lijden en ongekend door de wereld. Het is tijd dat ze uitgaan en de wereld komen VERLICHTEN! Ga en toon jullie als mijn geliefde kinderen. Ik ben met jullie en in jullie, mits jullie GELOOF het licht is dat jullie in deze onfortuinlijke dagen verlicht. Dat jullie ijver je hongerig maakt voor de glorie en eer van Jezus Christus. Strijd, kinderen van het LICHT, gij zienden, die klein in aantal zijt, want ziehier de tijd der tijden, het eind van het einde.

De Kerk zal verduisterd zijn, de wereld zal met ontzetting geslagen zijn. Maar daar zijn Henoch en Elia, vol van Gods Geest! (Die twee oudtestamentische figuren zijn nooit gestorven, maar opgenomen.) Zij zullen preken in de kracht Gods, en de mensen van goede wil zullen in God geloven en veel zielen zullen vertroost worden. Dankzij de Heilige Geest zullen ze grote vorderingen maken, en zij zullen de demonische dwalingen van de Antichrist aan de kaak stellen. Wee de bewoners der aarde! Er zullen bloedige oorlogen zijn en hongersnoden, pest en besmettelijke ziekten. Er zullen verschrikkelijke hagelbuien zijn van dieren, donderslagen die steden doen beven, aardbevingen die landen verzwelgen. Men zal stemmen horen in de lucht.
Mensen zullen hun hoofd tegen de muur slaan en om de dood roepen, maar anderzijds zal de dood hun kwelling zijn. (cfr Ap. 9:6) Overal zal bloed stromen. Wie zou kunnen standhouden indien God de tijd van beproeving niet inkortte? (cfr Mat. 24:21-22) God zal zich door al het bloed, de tranen en gebeden van de rechtvaardigen laten vermurwen. Henoch en Elia zullen ter dood worden gebracht. Het heidens Rome zal verdwijnen. Het hemelvuur zal neerstorten en drie steden verslinden. Het hele heelal zal met afgrijzen gadeslaan. Velen hebben zich laten verleiden omdat ze niet de ware Christus, die onder hen leeft, hebben vereerd. De tijd is daar, de zon verduistert, slechts het geloof leeft…

Nu is de tijd. De afgrond opent zich. Ziehier de koning der koningen (van het rijk) der duisternis. Hier is het beest met zijn dienaren, dat zich de redder van de wereld noemt. Hij zal zich hoogmoedig in de lucht verheffen tot aan de hemel toe. Hij zal verstikt worden door de adem van de aartsengel Michaël. (cfr 2 Tess. 2:3-4) Hij zal vallen, en de aarde die sedert drie dagen in voortdurende beweging was, zal haar vurige schoot openen. Hij zal voor altijd met al de zijnen in de eeuwige afgronden van de hel worden gestort. En dan zullen water en vuur de aarde zuiveren (cfr Jes. 30:30) en alle hoogmoed van de mensen verslinden. Alles zal vernieuwd zijn en God zal gediend en verheerlijkt worden. (cfr Ap. 21:1-4) Het Evangelie zal overal verkondigd zijn. Alle volkeren en alle landen zullen de WAARHEID kennen.

En tot tweemaal toe besluit de Moeder Gods met de volgende woorden: “WELNU MIJN KINDEREN, GE ZULT DIT AAN HEEL MIJN VOLK BEKEND MAKEN!”



Kort Commentaar, door H. Luns:

De verschijning van Onze Lieve Vrouwe in La Salette is reeds in 1851 door de Katholieke Kerk erkend, hetgeen wil zeggen dat zij erkent dat de Maagd Maria inderdaad verschenen is aan de twee kinderherdertjes, en dat de door hun verkondigde boodschappen authentiek zijn. La Salette-Fallavaux is een dorpje op 1800 meter hoogte in de Franse Alpen, 225 km ten noorden van Marseille en het ligt in vogelvlucht 70 km van de Italiaanse grens.

Op 19 september 1846 hoedden de veertienjarige Mélanie Calvat en de elfjarige Maximin Giraud hun schapen. Mélanie vertelde het volgende: “Toen ik vanaf een heuveltje had gezien dat onze schapen rustig in de weide stonden, ging ik terug naar beneden en klom Maximin omhoog. Toen zag ik plotseling een prachtig helder licht, veel mooier dan de zon. (…) In dat licht zag ik een heel mooie prachtige vrouw.” De kinderen zagen direct dat de Dame buitengewoon verdrietig was. Ze huilde. Zij droeg een helder stralend kleed, versierd met parels en een geel- of goudkleurig dekkleed. Om haar hoofd lag een krans van rozen. Zij droeg een halssierraad met een kruisbeeld met een hamer aan de ene en een nijptang aan de andere kant. De mooie vrouw stond op en zei: “Kom dichterbij kindertjes, wees niet bang. Ik kom hier groot nieuws vertellen.”

De Heilige Maagd sprak aanvankelijk Frans, maar ging daarna over in het plaatselijk dialect. Met name sprak zij over vloeken, het verzuimen van de zondagsplicht en ongehoorzaamheid aan Gods wetten. “Als mijn volk zich niet aan God wil onderwerpen, zal ik genoodzaakt zijn de hand van mijn Zoon te laten gaan.” Hiermede doelde zij op het eind der tijden. De bedompte houding, de tranen die vloeiden en de boodschap zelf waren uitdrukking van haar grote bezorgdheid en genegenheid voor de mensen.

Een beknopte versie van de gewone boodschap luidt: “Lieve kindertjes, voortdurend smeek ik mijn Zoon voor jullie allemaal. Zouden jullie niet naar de stem van je Moeder luisteren? Mijn moederlijk hart bloedt voor ieder van jullie. Ik houd zoveel van jullie! Breng niet nog meer lijden over jezelf. Lieve kinderen, bekeer je tot God. Alleen in God is er werkelijk vrede, geluk en liefde. Alleen in God, op zijn wegen en volgens zijn geboden, is geluk te vinden. God heeft jullie zes dagen gegeven om te werken, maar jullie nemen er zeven. Velen vloeken en ontheiligen Gods Naam. Ik kom om je te waarschuwen voor een grote hongersnood. Niets kan groeien zonder Gods genade. Als de oogst is bedorven, weet wel dat je dat aan jezelf te wijten hebt. Een grote hongersnood komt eraan. Vóór die tijd zullen kinderen onder de zeven jaar gaan beven en in de armen sterven van degenen die ze vasthouden. De anderen zullen door hongersnood voor hun zonden boeten.” Daarna zei ze: “Als de mensen zich bekeren, zullen de rotsen in koren veranderen en de aardappelen op de akkers bezaaid liggen. Doen jullie goed je gebeden kinderen?” Beiden antwoordden: “O nee Mevrouw! niet erg,” “O kinderen! die moet je goed doen, ’s avonds en s’morgens. Als je er niet meer kunt doen, zeg dan elke dag een Onze Vader en een Wees Gegroet; en als je tijd hebt moet je er meer bidden.”

Tijdens de verschijningen van 1846 hebben beide kinderen onafhankelijk van elkaar een geheim gekregen, hetwelk 12 jaar later publiek diende te worden gemaakt. Het is deze ‘geheime boodschap’ waar de Heilige Maagd via Zuster Guadaloupe van Guatamala een nadere verklaring aan heeft gegeven. Dat was in 1990, dus 144 jaar later (12×12). Die nadere veklaring was in feite een uitbreiding van het oorspronkelijk geheim uit 1846.

De aangekondigde straffen van de ‘geheime boodschap’ waren in eerste instantie voorwaarderlijk – afhankelijk van de bekering – maar dat stadium is inmiddels gepasseerd. Het voorwaardelijke ligt in onze tijd in de zwaarte der goddelijke straffen, want gestraft zal er worden. Die kunnen door gebed en boete verminderd worden. Van Zuster Guadaloupe van Guatamala is nauwelijks informatie beschikbaar. We dienen haar boodschap daarom voor zichzelf te laten spreken. Een versterkend element in de waardering van de boodschap aan Zuster Guadaloupe is dat deze in veel opzichten gelijkt op de boodschap van de Heilige Maagd en haar goddelijke Zoon aan de gestigmatiseerde van Blain, Marie-Julie Jahenny (1850-1941), aan wie zij hun grote droefheid te kennen hebben gegeven, soms in exact dezelfde bewoordingen als aan Zuster Guadaloupe, die echter dieper op de zaak ingaat. In nr. 378 van september 2010 van het Franse tijdschrift “Le Sourire de Marie” (De Glimlach van Maria) wordt La Salette in verband met Jahenny nader uiteengezet.
Het eenvoudig taalgebruik kenmerkt het karakter van de boodschappen, niet alleen van Mélanie, maar later ook van Zuster Guada-loupe. Daarbij dient overwogen te worden dat Mélanie een zeer elementaire opleiding heeft genoten en dat zal ongetwijfeld ook het geval zijn geweest bij Zuster Guadaloupe. Aartsbisschop Andrew Deskur, de titulaire aartsbisschop van Tene, zegt in het voorwoord van de Poolse uitgave van het dagboek van Zuster Faustina, dat in 1981 verscheen: «« Ik zou hier mijn ontmoeting willen vertellen met een bekende eigenstijdse mystica, Zuster Speranza, die in Collevalenza in Italië, niet ver van Todi, het heiligdom van “De Allerbarmhartigste Liefde” heeft opgericht, wat een drukke bedevaartsplaats is. Ik vroeg Zuster Speranza of zij van de geschriften van Zuster Faustina had gehoord en wat zij daarvan dacht. Zij gaf een eenvoudig antwoord: “De geschriften bevatten een prachtige leer, maar bij het lezen dient men te bedenken dat God tot filosofen in de taal van filosofen spreekt en tot eenvoudige zielen in de taal van de eenvoudigen, en alleen aan deze laatsten openbaart Hij waarheden die voor de wijzen en verstandigen van deze wereld verborgen zijn.” »»

Een uitgebreide versie van het ‘Geheim’ is te vinden in de Franse uitgave uit 1907 met imprimatur van de bekende schrijver Léon Bloy, dat in 1994 op de Nederlandse markt kwam onder de titel: “Zij die Schreit”. Aan het eind van hoofdstuk 17 wordt uit een brief van Mélanie geciteerd, waarin zij zegt: «« Ik vind het heel lastig om iets weer te geven, wat onvergelijkelijk is. (…) Als de Heilige Maagd tot mij sprak, zag ik gebeuren wat zij zei. Ik zag de hele wereld. Ik zag met het oog van de Eeuwige. Het was een levend schilderij. Ik zag het bloed van hen die ter dood werden gebracht en het bloed der martelaren. (…) De Heilige Maagd kan ‘in een enkel woord’ zoveel zeggen en doen begrijpen dat men er honderd jaar over kan schrijven.
(…) Zij sprak alle woorden uit, zowel van het Geheim als van de regels (van de Apostelen der Laatste Dagen), en ik kon alles wat zij bevatten, raden of doorzien. Een grote sluier werd opgelicht. De gebeurtenissen werden naarmate Maria sprak voor mijn ogen en mijn verbeelding blootgelegd, en voor mij ontrolden zich grote ruimten. Ik zag de verandering van de aarde, en zag God – onbeweeglijk in zijn glorie – en keek naar de Maagd die zich verlaagde om tot twee (nietswaardige) punten te spreken (mij en Maximin). »»
“Voor mij ontrolden zich grote ruimten…” zegt Mélanie. De wijze waarop de gebeurtenissen zich aan haar voordeden, waarbij zij alles in één oogopslag overzag, verklaart waarom de door haar gemaakte tijdsaanduidingen zo onnauwkeurig zijn. Een opvallend facet van de geheime boodschap is dat de genoemde jaartallen en tijdsduren nergens op slaan. Het zal niet de eerste keer zijn dat zoiets optreedt bij een profetische boodschap. Op indirecte wijze geeft dat aan dat men zich niet druk moet maken over exacte tijdstippen en de duur van bepaalde gebeurtenissen, want die kunnen toch niet geweten worden, want die liggen in Gods geheime raadsbesluiten opgesloten.
De wijze van ontrolling der gebeurtenissen aan het geestesoog van Mélanie, verklaart misschien ook waarom in de door haar gemaakte samenvatting (op p.7) de rangschikking problematisch is. De passage die begint met: “Uiteindelijk zal de hel op aarde heersen. In die tijd zal de Antichrist uit een non geboren worden.” dient samen met de voorgaande te worden geplaatst ná de passage: “Tezelfdertijd zal er hongersnood heersen.” Dan komt alles in logischer verband te staan.
Het is pas daarna dat onder aanvoering van de zogenaamde grote monarch het duizendjarig Vrederijk aanvangt. Dat rijk wordt in deze samenvatting als volgt aangekondigd: “Een grote koning zal de troon bestijgen en een aantal jaren regeren.”
Er zijn een aantal versies van de geheime boodschap, drie van Maximin en vijf van Mélanie, die in essentie hetzelfde zeggen. Het uiteindelijk Geheim is dat van Mélanie dat in 1879 werd gepubliceerd. Begin 1851 heeft Mélanie in een verzegelde enveloppe het Geheim aan de paus gestuurd. In 1858 had dat aan de wereld bekend moeten zijn gemaakt. Opvallend is dat 1858 juist het jaar is van de Mariale verschijningen te Lourdes. Omdat niets gebeurde, heeft Mélanie actie ondernomen, maar dat gebeurde wel nadat Napoleon III in januari 1873 was overleden. Dat kan nauwelijks toeval zijn geweest. Als hoofd van Frankrijk had hij immers alles in het werk gesteld om de boodschap te dwarsbomen. In dat jaar werd het Geheim in een uitgebreidere
versie in het blad Le Liberateur gepubliceerd (was al rond 1860 op schrift gesteld) met de zegening van Pius IX († feb. 1878) en het imprimatur van kardinaal Sisto Sforza († 1877), de aartsbisschop van Napels. Deze publicatie heeft geen enkele tegenactie ondervonden, dankzij de sterke persoonlijkheden van deze twee. In november 1878 heeft Mélanie de definitieve versie opgesteld, gelijkend op die van Le Liberateur, en heeft dat in 1879 zelf gepubliceerd met het imprimatur van Salvatore Zola, de bisschop van Lecce [bij Napels], die Mélanie altijd al had gesteund. Een complete herdruk [ne varietur] verscheen in 1904 in Lyon, (de stad van Pater Crozier), kort voordat Mélanie stierf. De titel luidde, als voorheen: “L’Apparition de la Très Sainte Vierge sur la montagne de La Salette” (De Verschijning van de Allerheiligste Maagd op de berg van La Salette). Deze twee publicaties hebben als basis gediend voor de openbaarmaking in andere talen, alsook hier.

Maar de problemen onstonden nu pas echt! Vanaf het begin hebben Mélanie en Maximin veel tegenwerking ondervonden vanuit het episcopaat. Het is binnen die context dat de bisschop van Troyes in 1880 bij de Inquisitie [het Heilig Officie geworden in 1908 en de Congregatie voor de Geloofsleer in 1965] het boekje van Mélanie aanklaagde, dat niettemin het imprimatur van de hoogste gezagsdragers had gekregen. De secretaris van de Inquisitie, kardinaal Prospero Caterini, reageerde met een publieke aankondiging: “De Romeinse Curie is ontstemd over de publicatie van dit boek. Haar uitdrukkelijke wens is dat ieder exemplaar, dat in omloop is gebracht, binnen de grenzen van het mogelijke uit handen van de gelovigen dient te worden gehaald.” Het werd tevens op de index van verboden boeken geplaatst. Al die tijd is de brief uit 1851 in een lade verborgen gebleven, en niemand kende de inhoud. Tenslotte wist niemand meer waar deze zich bevond… totdat die per toeval in 1999 in het Vaticaan werd ontdekt door pater Michel Corteville, dus negen jaar na de toelichting door Zuster Guadaloupe. Het Geheim uit 1851 bleek een samenvatting te zijn van het Geheim uit 1873 en staat op de volgende twee pagina’s weergegeven. Klaarblijkelijk was het de bedoeling om bij de publicatie van de samenvatting in 1858 [wat niet is gebeurd] een nadere toelichting te geven. Zij was er trouwens op uit de paus niet te veel te choqueren en het dus in een wat mildere vorm uit te brengen.
Na deze ontdekking in 1999 verschenen commentaren waarin men het Geheim uit 1851 het ‘echte’ noemt en de openbaarmaking in 1879 toeschrijft aan een op hol geslagen fantasie van Mélanie. Uit een grondige bestudering van haar leven blijkt niets daar aanleiding toe te geven [zie de twee wetenschappelijk onderbouwde boeken van pater Corteville]. Indien we deze aantijging aanvaarden, worden kardinaal Sforza samen met Pius IX, en ook nog monseigneur Zola, die het imprimatur en nihil obstat hebben verleend, van een grenzeloze naïviteit beticht!! Het Geheim van 1873 is daarom het echte en die van ’51 gewoon een verkorte weergave.


 

Advertenties